Het herdenken van de nacht- en hemelreis in Rajab

Isra en Miraj herdenken

Wat is het oordeel over het herdenken en bijeenkomen ter gelegenheid van de nacht- en de hemelreis in de maand Rajab?

Het bekende en vertrouwde opinie van de voorgaande Ulama, de Salaf en Khalaf en waarop het praktijk van de moslimgemeenschap is, is dat de Isra en de Mi’raj plaatsvond op de zevenentwintigste nacht van de maand Rajab. Moslims herdenken hierbij overal in de wereld deze grootse gebeurtenis uit vreugde en eerbied jegens de nobele Profeet vrede zij met hem. De moslims doen dit middels verschillende soorten goede daden en legitieme wijzen waarmee de nabijheid van Allah verkregen wordt, iets wat legitiem is en wenselijk is volgens de Shariah. Wat betreft de uitspraken die moslims verbieden deze grote gebeurtenis te herdenken, deze zijn ongefundeerde en meningen die volgen door tekort aan inzicht, uitspraken die niemand eerder beging. Het is niet toegestaan om deze over te nemen of erop te vertrouwen.

En Allah weet het beste

Fatwa Isra and Miraj

Fatwa

Wat is het oordeel over het herdenken van de Isra en Mi'raj op de 27ste van Rajab, in achtnemende dat bepaalde individuen menen dat het niet op die dag plaatsvond en wanen dat het Bid’ah is. Verlicht ons met uw kennis, moge Allah u in kennis doen toenemen.

Sh. Dr. Shawki Ibrahim Abdel-Karim Allam

De 19de hoofdmufti van Egypt – Dar al-Ifta al-Misriyyah

blank

Antwoord:

De herdenking van al-Isra en Mi’raj door moslims, middels verschillende soorten goede en legitieme daden, is iets dat wenselijk is volgens de Sharia. Omdat het herdenken van de Isra en Mi’raj in realiteit het tonen van respect en eerbied is voor de nobele Profeet, de Profeet van barmhartigheid, de verlichter van de natie. Vrede en Zegeningen zij met hem.

De bekende en de mening waarop de geleerden van de islam zich op bouwen is dat de Isra en de Mi’raj plaatsvond in de maand Rajab.

De Hafiz en Hadithgeleerde al-Suyuti rh. heeft meer dan vijftien uitspraken overgeleverd waarvan de meest bekendste is dat de Isra en Mi’raj in de maand Rajab was.

Zo vermeldt de Hafiz al-Suyuti in zijn: “al-Ayah al-Kubra fi Sharh Qissah al-Israa” pg 52-53 uitg. Dar al-Hadith:

وأما الشهر الذي كان فيه: فالذي رجَّحه الإمام ابن المنير على قوله في السنة ربيع الآخر، وجزم به الإمام النووي في “شرح مسلم”، وعلى القول الأول في ربيع الأول، وجزم به النووي في فتاويه.

Wat betreft de maand waarin het plaatsvond, geeft de Imam Ibn al-Munir de voorkeur aan de uitspraak van Rabi al-Akhir welke Imam al-Nawawi bekrachtigde in “Sharh Muslim”, en volgens de eerste mening in Rabi al-Awwal welke al-Nawawi bevestigde in zijn verscheidene fatawa.

En er word gezegd: het was in Rajab welke hij bekrachtigde in al-Rawdah.
Imam al-Waqidi zei: In Ramadan.
Volgens Imam al-Mawardi vond het plaats in Shawwal, maar het meest bekende standpunt is dat het in Rajab was.

Imam Abu Hayyan citeert in zijn Tafsir “Al Bahr Al Muheet” (7/9, uitg. Dar Al Fikr) op gezag van de moeder der gelovigen Aishah, moge God tevreden zijn met haar, dat ze zei:

“إنه كان قبل الهجرة بعام ونصف؛ في رجب”.
Het vond anderhalf jaar voor de emigratie plaats, in Rajab.

Dit werd bekrachtigd door Imam Ibn Atiyyah al-Andalusi in “Al Muharrar al-Wajeez” (3 / 435-436, uitg. Dar al-Kutub al-‘Ilmiyya) Hij zei:

وكان ذلك في رجب
En het was in Rajab.

Dit is ook wat de twee imams Ibn Qutaybah en Ibn Abd al-Barr al-Maliki rh. vermelden, zoals Al-Hafiz Al-Qastlani vermeldde in “Al-Mawhib al-Ladunniyyah” (2/70, uitg. Dar Al-Kutub Al-‘Ilma) en de geleerde al-Diyarbakri in “Tarikh Al -Khamis ” (1/307, uitg. Dar Sader).

Wat betreft de vaststelling dat de Isra en Mi’raj op de zevenentwintigste van de maand Rajab was, dit is overgeleverd door vele imams en is ook welke een groep Muhaqqiqin hebben vastgesteld. Dit thans het praktijk geweest van de voorgaande geleerden en moslims en de nakomende geleerden en moslims.

Al-Hafiz Ibn Al-Jawzi heeft het overgeleverd in “al-Muntazam fi Tarikh al-Muluk w. al-Umam” (3/26, uit. Dar al-Kutub al-‘Ilmiyya); Hij vermeld:

ويقال: إنه كان ليلة سبعٍ وعشرين من رجب
En er wordt gezegd: het was de nacht van de zevenentwintigste van Rajab.

Onder de geleerden die deze dag kozen en bevestigden, was de Hujjah al-Islam Imam Abu Hamid al-Ghazali al-Shafi’i in zijn autoritair boek en collectie “Ihya Ulum al-Din” (1/367, uitg. Dar Al- Shaab); Hij vermeld:

وليلة سبعٍ وعشرين منه -أي: من شهر رجب
En de nacht van zevenentwintig ervan – wat inhoudt: de maand Rajab -, dat is de nacht van de Mi’raj.

Ook de imam al-Hafiz Abu Al-Faraj bin al-Jawzi al-Hanbali bekrachtigde dit standpunt in zijn “Al-Wafaa b. Tarif Fadail al-Mustafa” (1/162). Na het toelichten van het meningsverschil omtrent de dag van Mi’raj concludeerd hij met:

قلت: وقد كان في ليلة سبعٍ وعشرين من رجب
Ik zeg: het was in de nacht van de zevenentwintigste Rajab.

Het werd ook overgeleverd door al-Hafiz al-Ayni in “Umdah al-Qari” (4/39, uitg. Dar al-Turath al-Arabi), en door al-Qastalani in “al-Mawhib al-Madiniyya” (2 / 71, uitg. Dar al-Kutub al-‘Ilmiyya), en door vele overige geleerden.

Ook al-Hafiz Siraj al-Din al-Bulqini bevestigd dit standpunt in “Mahasin al-Istilah” (p. 718, uitg. Dar al-Maarif). Hij vermeld:

ليلة الإسراء بمكة، بعد البعثة بعشر سنين وثلاثة أشهر، ليلةَ سبع ٍ وعشرين من شهر رجب

De nacht van Isra was in Mekkah, tien jaar en drie maanden na het verkrijgen van het profeetschap op de zevenentwintigste nacht van de maand Rajab.

Baserend hierop stellen de grootgeleerden van de Shafi’i-school, de twee grote sheiks, Imam al-Rafi’i en al-Nawawi, in Rawdah al-Talibin w. Umdah al-Muftin (10/206, uit Al-Maktab al -Islami) dat de periode van van de hemelreis was:

بعد النبوة بعشر سنين وثلاثة أشهر، ليلة سبعٍ وعشرين من رجب

Tien jaar en drie maanden na het profeetschap, de zevenentwintigste nacht van Rajab

De geleerden hebben dit vervolgens overgeleverd en bepaald dat hierop het praktijk van de geleerden en het volk was sinds tijden. Zo vermeldde de geleerde al-Safarini al-Hanbali in “Lawami ‘al-Anwar al-Bahiyyah” (2/280, uitg. Al-Khafiqeen Foundation):

قال ابن الجوزي: وقد قيل إنه ليلة سبعةٍ وعشرين من شهر رجب، قلت: واختار هذا القولَ الحافظُ عبد الغني المقدسي الحنبلي، وعليه عملُ الناس

[Ibn al-Jawzi zei: Er word gezegd dat het de nacht van de zevenentwintigste van de maand Rajab is. Ik zeg hierbij: Dit is ook de opinie welke de Hafiz Abd al-Ghaniyy al-Maqdisi al-Hanbli aannam en waarop het praktijk van de geleerden en mensen is.]

De grootgeleerde Ismaiel Haqqi al-Burosawi zei in Tafsir “Ruh al-Bayan” (5/103, uit. Dar al-Fikr):

وهي ليلة سبعٍ وعشرين من رجب ليلة الاثنين، وعليه عمل الناس

Het is de zevenentwintigste nacht van Rajab op maandagavond, en hierop is het praktijk van de geleerden en het volk.

De grootgeleerde Ismaiel al-Nabulsi vermeldt in “Al-Ihkam Sharh Durar Al-Hukkam” zoals hij dat citeert van de Mujtahid geleerde Ibn Abidin in zijn commentaar, “Radd al-Muhtar ala al-Dur al-Mukhtar” (1/352, uitg. Dar al-Fikr) -:

وعليه عمل أهل الأمصار

En hierop is het praktijk van de mensen.

De Hafiz al-Suyuti vermeldt in “al-Ayah al-Kubra fi Sharh Qissah al-Isra” (p. 36, i. Dar al-Hadith):

المشهور أنه في رجب

Hetgeen algemeen bekend is, dat het in Rajab plaatsvond.

 

[Is het toegestaan om ondanks de onenigheid onder de geleerden de 27ste aan te nemen? Of is dit het toeschrijven van leugens aan de nobele Profeet en iets dat tot dwaling leidt? Hoe zijn de geleerden van Hadith hiermee omgegaan?]

Alhoewel de geleerden verschilden in het vaststellen van de dag waarop de hemelreis plaatsvond, spoorden ze de ummah aan om de herdenking hiervan op de zevenentwintigste van Rajab te houden. Dit is vanwege het overwicht dat dit standpunt juist is middels Ghalabah al-Zann (sterke overtuiging tot bijna zeker). Allamah Al-Zarqani vermeldt in Sharh al-Mawahib al-Ladunniyyah (2/71, uitg. Dar al-Kutub al-‘Ilmiyyah) als uitleg van de auteur van al-Mawahib (en er werd gezegd: Het was de nacht van de zevenentwintigste van Rajab):

وعليه عمل الناس، قال بعضهم: وهو الأقوى؛ فإنَّ المسألة إذا كان فيها خلاف للسلف، ولم يقم دليل على الترجيح، واقترن العمل بأحد القولين أو الأقوال، وتُلُقِّيَ بالقبول: فإن ذلك مما يُغَلِّبُ على الظنِّ كونَه راجحًا؛ ولذا اختاره الحافظ عبد الغني بن عبد الواحد بن علي بن سرور المقدسي الحنبلي الإمام أوحد زمانه في الحديث والحفظ، الزاهد العابد، صاحب “العمدة” و”الكمال” وغير ذلك

En hierop is het praktijk van de geleerden en mensen. Anderen vermelden: en dit is het sterkste standpunt. Wanneer een kwestie een meningsverschil onder de voorgangers kent, en er is geen bewijs welk standpunt het overwicht heeft, doch het praktijk (van de geleerden) met een van de twee uitspraken/uitspraken is, en dat standpunt met acceptatie door de geleerden wordt overgeleverd, dan is dat standpunt het meest correct. Dit is de reden dat de Hafiz en eminentie van zijn tijd in hadith en memorisatie, Abdul-Ghani bin Abdul Wahid bin Ali bin Surur al-Maqdisi al-Hanbali voor dit standpunt koos. Deze imam stond bekend om zijn Zuhd en aanbidding en is de auteur van al-Umdah en al-Kamal etc.

De geleerde Sheikh Muhammad Abu Zahrah legt verder uit in zijn boek “Khatam al-Nabiyyin” (p. 562, uitg. Wereldbiografieconferentie in Doha):  

وقد وجدنا الناس قَبِلُوا ذلك التاريخ أو تَلَقَّوْهُ بالقبول، وما يتلقاه الناس بالقبول ليس لنا أن نردَّه، بل نقبله، ولكن من غير قطعٍ ومن غير جزمٍ ويقين

Zo zien wij terug dat geleerden die dag bevestigden, of accepteerden met Talaqqi (van voorgaande betrouwbare geleerden). De regel is dat het niet aan ons is om hetgeen te verwerpen wat de geleerden hebben geaccepteerd, sterker nog wij zullen het accepteren, echter zonder dit als Qatiyy (doorslaggevend) te accepteren noch met absolute zekerheid.

Een van de sterkste bewijzen voor de correctheid van dit standpunt is het praktijk van de al-Salaf al-Salif (rechtgeleide voorgangers) om deze nacht te herdenken en te doorbrengen met verscheidene soorten van aanbidding en gehoorzaamheid aan Allah.

Zo levert Ibn Hajj al-Maliki in “Al-Madkhal” over(1/294, uitg. Dar al-Turath):

ليلة السابع والعشرين من رجب هي ليلة المعراج التي شرف الله تعالى هذه الأمة بما شرع لهم فيها بفضله العميم وإحسانه الجسيم، وكانت عند السلف يعظمونها إكرامًا لنبيهم صلى الله عليه وآله وسلم على عادتهم الكريمة من زيادة العبادة فيها وإطالة القيام في الصلاة، والتضرع، والبكاء وغير ذلك مما قد عُلِمَ من عوائدهم الجميلة في تعظيم ما عظمه الله تعالى؛ لامتثالهم سنَّةَ نبيهم صلى الله عليه وآله وسلم؛ حيث يقول: «تَعَرَّضُوا لِنَفَحَاتِ اللهِ»، وهذه الليلة المباركة من جملة النفحات، وكيف لا، وقد جعلت فيها الصلوات الخمس بخمسين إلى سبعمائة ضعف والله يضاعف لمن يشاء، وهذا هو الفضل العظيم من غنيٍ كريمٍ، فكانوا إذا جاءت يقابلونها بما تقدم ذكره؛ شكرًا منهم لمولاهم على ما منحهم وأولاهم، نسأل الله الكريم أن لا يحرمنا ما مَنَّ به عليهم، إنه ولي ذلك آمي

De nacht van de zevenentwintigste van Rajab is de nacht van de Mi’raj, waarin Allah de Almachtige deze natie eerde met het voorschrijven (van het gebed) als immense gunst en zegen. Het was het praktijk van de voorgangers (de Salaf) om deze nacht te eren als eerbetuiging jegens hun Profeet, vrede en zegeningen zij met hem, door meer aanbiddingen te verrichten, langer in het gebed te blijven staan, (meer) nederig te zijn, huilen (in het gebed) etc. zoals dat hun gewoonte was. Dit en meer zijn gekend als prachtige eigenschappen van hen, zij verrichtten deze (vrijwillige daden) om hetgeen te vereren waar Allah hun mee vereerd had. Dit deden zijn in naleving van de Sunnah van de Profeet waarin hij vermeldt: “Stel je bloot aan de gunsten van Allah.” Deze gezegende nacht is een van de vele uitbarstingen van gunsten, en waarom niet? Het is de nacht waarin de vijf dagelijkse gebeden werd vermenigvuldigd in beloning tot vijftig, tot wel zevenhonderd keer meer voor wie Allah het wil. Dit is een grote gunst afkomstig van Hem die Vrijgevig en Nobel is. Dit is waarom de Salaf al-Salih deze nacht verwelkomden op de manier zoals zojuist beschreven, uit dank voor hun Heer voor wat Hij hun schonk en mee begunstigde. We vragen Allah de meest Genereuze om ons niet te onthouden van hetgeen Hij de voorgangers heeft geschonken (in deze nacht). Voorzeker is Hij de bezitter van gunsten. Amien. Geparafraseerd.

Dit is hetgeen de nobele geleerde schreef ondanks de meningsverschillen die hij had over hetgeen de mensen verkrijgen op die avond, welke wel door andere geleerden als correct zijn beschouwd.

De Allamah en Muhaddith Abu al-Hasanat al-Laknawi rh. zei in zijn boek “Al-Athar al-Marfuah fi al-Akhbar Al-Mawdu-ah”” (p. 77, uitg. Maktabah al-Sharq al-Jadeed):

قد اشتهر بين العوام أن ليلة السابع والعشرين من رجب هي ليلة المعراج النبوي، وموسمُ الرجبية متعارَفٌ في الحرمين الشريفين؛ يأتي النَّاس في رجبٍ من بلاد نائية لزيارة القبر النبوي في المدينة، ويجتمعون في الليلة المذكورة.. وعلى هذا فيستحب إحياء ليلة السابع والعشرين من رجب، وكذا سائر الليالي التي قيل إنها ليلة المعراج بالإكثار في العبادة؛ شكرًا لِمَا منّ الله علينا في تلك الليلة من فرضية الصلوات الخمس وجعلها في الثواب خمسين، ولِمَا أفاض الله على نبينا فيها مِن أصناف الفضيلة والرحمة وشرَّفه بالمواجهة والمكالمة والرؤية

In Rajab komen mensen vanuit de afgelegen landen naar het graf van de Profeet in Medina op bezoek, waarbij ze in de zojuist vermelde nacht bijeenkomen. Op basis hiervan is het wenselijk om de nacht van de zevenentwintigste van Rajab te doen herleven. Dit geldt ook voor de overige nachten waarover wordt vermeld dat het de nacht van de hemelreis is, door veel vrijwillig te bidden uit dank voor wat Allah ons die avond schonk, namelijk het opleggen van de vijf dagelijkse gebeden en deze qua zegeningen het vijftigvoudige te maken. Ook voor wat Allah onze Profeet mee heeft beloond middels de gunsten, barmhartigheid en de eer tot de ontmoeting met Hem, de conversatie met Hem en Zijn waarneming.

 

Antwoord en conclusie:

De herdenking door de moslims van Isra en Mi’raj op de zevenentwintigste van Rajab, middels vrijwillige goede daden en overige deugdzaamheden, uit vreugde voor de Profeet en uit eerbied voor hem, is volgens de Shariah legitiem en wenselijk. Wat betreft de uitspraken die moslims verbieden deze grote gebeurtenis te herdenken middels vrijwillige goede daden, het uiten van vreugde en toegestane zaken, deze zijn ongefundeerde uitspraken, tekenend voor hun incompentie, die niet eerder zijn gedaan. Het is niet toegestaan deze uitspraken blind na te volgen en erop te bouwen.

En Allah die rein is van imperfectie, de meest verhevene, weet het best.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Gerelateerde boeken

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

De Fiqh van noodzaak (Corona)

blank

De toepassing van Fiqh van noodzaak om levens te beschermen

De Islamitische Jurisprudentie (Fiqh) staat bekend om zijn draagkracht en toepasbaarheid ongeacht tijd, plaats, situatie en individu. Dit blijkt door de flexibiliteit die de islam toont bij zeer uitdagende en veranderende omstandigheden.

Speciaal voor zulke gevallen is er Fiqh al-Nawazil: Jurisprudentie en fatwa voor nieuw opkomende problemen. Deze baseert zich op het begrijpen en het toepassen van het concept van Darurah (noodzaak), waarmee in tijden van ontberingen de mensheid geholpen wordt uitzonderlijke situaties te overleven door het formuleren van fatawa.

Met de wereldwijde uitbraak van het Coronavirus (COVID-19) hebben moslims een dringende nood aan het toepassen van de Fiqh van noodzaak. Door middel van zulke fatawa vindt de mensheid vergemakkelijking in tijden van ontberingen, en kan zij tegelijkertijd ook de islamitische wet naleven.

In deze context zei Imam Shafi:

إن الأمر إذا ضاق اتسع وإذا اتسع ضاق

“Als een zaak moeilijk is, verlicht die dan; en als een zaak gemakkelijk is, beperk die dan”.

De Juristen en rechtstheoretici (Usulyun) leidden uit de handelingen en de stilzwijgende goedkeuring van de Profeet ﷺ een aantal wettelijke stelregels af die gelden in moeilijke tijden en omstandigheden. Deze stelregel luidt:

الضرورات تبيح المحظورات

“Noodzaak maakt het verboden toelaatbaar”.

Volgens Imam ibn al-Subki en al-Suyti wordt de noodzaak bepaald door de omvang daarvan. Juristen hebben op basis van deze ruimte in de wetgeving bij een levensbedreigende situatie toegestaan om bijvoorbeeld kadaver te eten of alcohol te nuttigen.

Het afleiden van de Fiqhregels is voornamelijk gebaseerd op het vinden van een zorgvuldig balans tussen algemeen belang (maslaha) en schade (mafsadah). Dit is waarom juristen verklaren dat het essentieel is om te balanceren wat onder noodzaak valt en wat een beperking is.

Op basis van noodzaak en balans daarin, wordt iets dus gedoogd/toegestaan wat normaal gesproken islamitisch verboden is, dit is wanneer het als doel kent om de volgende vijf doelen te waarborgen:

  • 1) leven;
  • 2) eigendom;
  • 3) geloof;
  • 4) nageslacht;
  • 5) eer; of
  • 6) om moeilijkheden op te heffen wanneer geconstateerd wordt dat een levensbedreigende situatie niet af te wenden is.

Over het laatste punt zijn de juristen eens dat het eveneens valt onder noodzakelijke menselijke behoeftes (hajiyyat). Ook hiervoor geldt hetzelfde oordeel, namelijk dat iets toegestaan/gedoogd wordt om zo de vijf doelstellingen te behalen. In dit opzicht waren de juristen het eens dat behoeftes, hetzij algemeen of persoonlijk, dezelfde regel neemt van noodzaak.

In de Fatawa van al-Nawazil is er ook een andere stelregel van de juristen bekend welke als volgt luidt:

المشقة تجلب التيسير

“Moeilijkheden leidt tot vergemakkelijking”.

Het toepassen van deze stelregels, in tijden van moeilijkheden of opkomende omstandigheden, zorgt voor het wegnemen van ontberingen. Voor de Mukallafeen (iemand die belast is met het naleven van de wet) faciliteert het gemak en dit principe toont in realiteit de grootheid van Fiqh aan en de draagkracht van de islamitische wet. Het is belangrijk dat schriftgeleerden en juristen realiseren dat het toepassen van deze stelregels, in tijden van nood of noodzaak, in overeenstemming is met het behalen van de vijf belangrijke doelstellingen van de islamitische wetgeving.

In casus Corona en de gezamenlijke gebeden

In navolging van deze wettelijke stelregels, heeft de Egyptische Dar al-Ifta en de Raad van Seniore Geleerden van al-Azhar verklaart, dat vanwege de COVID-19-uitbraak het toegestaan is om de gemeenschappelijke en vrijdaggebeden in moskeeën niet bij te wonen. Zonder twijfel wordt hiermee een van de doelstellingen van de islamitische wet bereikt; namelijk het beschermen van levens. Zeker met de snelle verspreiding van het virus over de wereld, zou de fatwa zelfs verder kunnen gaan zoals het voorkomen van algemene congregatie en andere vormen van bijeenkomsten.

[Het artikel verscheen op het moment dat de COVID-19 net uitbrak. De Fatwa van Al-Azhar is ondertussen veranderd naar een algeheel verbod op congregaties, waarbij moskeeën gesloten zijn voor het publiek met behoud van de tekens van de islam zoals de Azan. Een ieder wordt gemaand om thuis te blijven zoals de overheid dat ook adviseert. Deze regels zijn verantwoord door het aard van het virus waarbij een drager geen symptomen vertoont, zelf niet doorheeft, het virus makkelijk overdraagbaar is en andere kan infecteren. De ernst van het virus is gekend met zekerheid, namelijk dat bijeenkomsten bijdragen aan de verspreiding. Dit wordt ondersteund met het praktijk, statistieken, verklaringen van medici en specialisten van de gezondheidsinstanties en de feitelijke doden die gevallen zijn bij religieuze bijeenkomsten. Zaken die niet buiten beschouwing gelaten kunnen worden bij het uitgeven van een Fatwa. Immers heeft de nobele Profeet ﷺ verklaard: “Er is geen toestemming tot het schaden van jezelf noch anderen”. Een uitgebreide Fatwa met onderbouwing is onderaan te vinden met onderbouwde verklaring in de praktijk door Sh. al-Islam Ibn Hajar al-Asqalani (rh.) toen een epidemie zich voordeed in zijn tijd.
In de Fatwa van Al-Azhar wordt concluderend het volgende vermeld:

وقد ثبت بيقين أن التَّجمعات -في هذه الآونة- هي أكبر مُسبِّب للعدوى، وانتشار المرض؛ لذا كانت الدعوة إليها جريمة منكرة، وكان تجنبها واجب شرعي؛ لئلا يُساهم المرء في انتشار المرض؛ فيأثم بذلك أشد الإثم.

“Het is met zekerheid gekend en bewezen dat congregaties in deze tijd een van de kernreden vormt tot het infecteren van anderen, en bijdraagt aan het verspreiden van het virus. Het oproepen tot congregaties is in deze context een groot vergrijp en Munkar. Het weerhouden hiervan is islamitisch gezien Wajib. Dit is om te voorkomen dat iemand aandeel neemt in het verspreiden van de ziekte waardoor hij een zondaar wordt door het plegen van een ernstig vergrijp.”]

Waarschuwen ter behoud van levens

Omdat het virus de moslim overal in de wereld raakt door het houden van congregaties, wordt het noodzakelijk en verplicht voor de geleerden om mensen te waarschuwen van deelname aan religieuze bijeenkomsten en gezamenlijke activiteiten.

Dit komt omdat het beschermen van levens voorrang geniet boven het uitvoeren van religieuze riten, zoals de pelgrimstocht (hadj en ‘umrah) en (congregatie-) vrijdaggebeden.

Vele juristen van de islam hebben deze doelstelling en prioriteit eerder benoemd in hun werken.

Zo zei Imam al-Razi zei in zijn boek al-Mahsoul fi ‘Ilm al-Usul (deel 5, blz. 220):

أما التي في محل الضرورة فهي التي تتضمن حفظ مقصود من المقاصد الخمسة وهي حفظ النفس والمال والنسب والدين والعقل

“Zaken die onder Darurah vallen, betreffen zaken die van belang zijn voor het behalen van een van de vijf doelstellingen van de islamitische wet. Deze doelstellingen zijn: het beschermen van het leven, eigendom, nageslacht, geloof en intellect”.

Imam al-Zarkashi definieerde noodzaak in zijn boek al-Bahr al-Muheet (vol.7, P. 266) als volgt:

الضروري: وهو المتضمن حفظ مقصود من المقاصد الخمس التي لم تختلف فيها الشرائع، بل هي مطبقة على حفظها، وهي خمسة: أحدها – حفظ النفس: بشرعية القصاص، فإنه لولا ذلك لتهارج الخلق واختل نظام المصالح… رابعها- حفظ الدين… لأجل مصلحة الدين، والقتال في جهاد أهل الحرب…

“Noodzaak: Het behalen van een van de vijf doelstellingen, is een principe welke overeengekomen is door alle hemels wetgevingen. Deze zijn: Ten eerste, het beschermen van het leven, door (bijv.) vergelding te sanctioneren (qisas). Omdat zonder vergelding mensen elkaar zonder recht zouden doden en omdat anders conflicten ontstaan… Ten vierde, bescherming van de religie omwille van het geloof, en door het te verdedigen van misdadigers … ”

Imam al-Esnawi zei in Nihayat al-Soul Sharh Minhaj al-Wusul (vol.1, P.256):

الكليات الخمس أي: حفظ النفوس، والعقول، والأموال، والأنساب، والأعراض.

“De vijf doelstellingen van de islamitische wet zijn: Bescherming van levens, intellect, eigendom, nageslacht en eer”.

Imam al-Esnawi, meldt een andere opinie in hetzelfde boek namelijk dat ibn al-Hajib zei:

وحكى ابن الحاجب مذهبا: أن مصلحة الدين مؤخرة على الكل، لأن حقوق الآدميين مبنية على المشاحة

“In de lijst met doelstellingen komt het punt tot het waarborgen van de religie pas aan het einde, aangezien de rechten van mensen zich baseren op controverse”.

Riten versus Aqidah

In dit opzicht moet vermeld worden dat het schijnbare conflict tussen het beschermen van levens en het beschermen van religie alleen betrekking heeft op het naleven van de riten en niet op het in twijfel trekken van geloofsbelijdenissen (‘aqidah). (Omdat het in twijfeltrekken van de islamitische Aqidah, ongeloof is en nimmer legitiem wordt.)

‘Aqidah bij een gelovige is een vaste overtuiging van het hart, welke door het toepassen van noodzaak in Fiqh niet wordt aangetast. Daarom staat God de Almachtige toe, wanneer iemand gedwongen wordt ongeloof te uiten (bij direct gevaar voor leven), dat hij dat slechts verbaal uit:

مَن كَفَرَ بِاللَّهِ مِن بَعْدِ إِيمَانِهِ إِلَّا مَنْ أُكْرِهَ وَقَلْبُهُ مُطْمَئِنٌّ بِالْإِيمَانِ وَلَٰكِن مَّن شَرَحَ بِالْكُفْرِ صَدْرًا فَعَلَيْهِمْ غَضَبٌ مِّنَ اللَّهِ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ

“Hij die God verloocht, nadat hij heeft geloofd, behalve hij die tegen zijn wil werd gedwongen, terwijl zijn hart standvastig is in het geloof, maar zij die bereidwillig ongelovig zijn, op hen is toorn van God, en voor hen is een grote straf.” (Quran 16:106)

Dit vers werd geopenbaard toen de polytheïsten van Mekka, Ammar ibn Yasir (moge God tevreden zijn met hem) dwongen om ongepaste woorden uit te spreken over de Boodschapper van Allah ﷺ en hun afgoden te prijzen. Toen Ammar de Profeet ﷺ  ontmoette, vroeg de Profeet ﷺ: “Ammar! Wat is er aan de hand?” Hij antwoordde: ‘O Boodschapper van Allah, ik ben geruïneerd! Deze tirannen gaven me zoveel pijn dat ik ongepaste woorden over u uitsprak en hun idolen prees.” Hierop vroeg de profeet ﷺ: “Wat was de status van je hart? ” Ammar antwoordde,” O Boodschapper van Allah, mijn hart is nog steeds in volledige overtuiging van het geloof ‘. De profeet ﷺ antwoordde: ‘Als ze het ooit nog eens doen, doe dan hetzelfde.’

Dr. Ibrahim Negm – Secretaris-generaal, van de Fatwa-autoriteiten Al-Azhar

Overige artikelen met betrekking tot religieuze bijeenkomsten:

https://joop.bnnvara.nl/nieuws/samenscholingsverbod-om-corona-te-voorkomen-behalve-bij-kerkdiensten
https://nos.nl/artikel/2329504-kerkdienst-in-verpleeghuis-lijkt-coronahaard-nooit-gedacht-aan-heftige-gevolgen.html

https://alhusayn.nl/het-opschorten-van-het-gezamenlijke-gebed-vanwege-corona/


Eerder verschenen:

Interpretatie van de regeling van 30 personen voor religieuze bijeenkomsten ten tijde van Corona

Er zijn moskeen van plan om het Tarawihgebed tot maximaal 30 personen te houden in de veronderstelling dat het RIVM dit adviseert.

De reden dat religieuze bijeenkomsten toegestaan zijn door het RIVM tot 30 personen is niet omdat het veilig is, maar omdat grondwettelijk de overheid het niet volledig kan verbieden.

“Hier geldt dat je grondwettelijk gezien, vanwege de godsdienstvrijheid, niet in algemene zin religieuze bijeenkomsten kunt verbieden”, zei premier Mark Rutte er donderdag over tijdens een debat in de Tweede Kamer. 

https://joop.bnnvara.nl/nieuws/samenscholingsverbod-om-corona-te-voorkomen-behalve-bij-kerkdiensten?fbclid=IwAR1HsZFgHs-tHp0Zin9gHE_RUjRyfzSMA3eZAiJaUzFvITcai51-raKi_eY

(UPDATE: 2-april 202 13.30 is er gebeld met het RIVM en zij bevestigen dat dit slechts is omdat zij het niet kunnen verbieden vanwege de grondwet.)

Het advies is echter anders, omdat de redenen exact hetzelfde blijven, besmettingsgevaar, risico voor overigen etc. zouden religieuze bijeenkomsten ook moeten vallen onder algemene bijeenkomsten. Ook virologen waarschuwen voor de gevaren

Viroloog Bert Niesters van het UMC Groningen hij zegt:
Ik begrijp dat kerkdiensten belangrijk zijn. Alleen in hechte gemeenschappen betekent dit echt een risico, en in hechte religieuze gemeenten is het nog vaker een risico, denk ik. Er is daar hecht contact. Als er ook maar één persoon geïnfecteerd raakt, zal deze besmetting zich gemakkelijker verspreiden aldaar.’

Er zijn zelfs doden gevallen vanwege religieuze bijeenkomsten zie (link). 

De Fatwa van de geleerden Al-Azhar baseert zich op het onderzoek van de virologen en verbiedt het houden van gezamenlijke gebeden waarbij moskeen nu gesloten zijn. 

De godsdienst staat het niet toe jezelf of anderen te benadelen. zoals dat uit een Hadith blijkt. 

وعَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ رضي الله عنهما قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «لَا ضَرَرَ وَلَا ضِرَارَ» أخرجه ابن ماجه

Ibn Abbas levert over dat de geliefde Profeet ﷺ heeft vermeld: “Het is niet toegestaan om jezelf schade aan te brengen, noch toegestaan schade tot anderen aan te brengen.“. Overgeleverd door Ibn Majah.

Het opschorten van het gezamenlijk gebed zou niet opgevat moeten worden als het aboliseren van de tekenen van de islam, noch tegen de Quran in. Dit is namelijk eerder in de geschiedenis gesanctioneerd geweest en beaamd door schriftgeleerden.

We vragen Allah om bescherming tegen deze plaag. 


De fatwa van Al-Azhar waarbij het oproepen tot congregaties in het licht van de huidige feiten een vergrijp is.

«اجتماع النَّاس للتَّكبير والدُّعاء في هذه الآونة لا يجوز، والدَّعوات إليه مُنكرة، واتباع إرشادات الوقاية واجب شرعي يأثم مُخالِفُه»

الحمد لله، والصَّلاة والسَّلام على سيدنا رسول الله وعلى آله وصحبه ومن ولاه، وبعد..

فإن الدُّعاء هو أجلُّ ما يتقرب به العباد إلى ربهم سبحانه؛ والإلحاح على الله به من أعظم أسباب رفع البلاء، وتفريج الهموم؛ قال الله سبحانه: {وَقَالَ رَبُّكُمُ ادْعُونِي أَسْتَجِبْ لَكُمْ…} [غافر: 60]، وقال سيدنا رسول الله ﷺَ: «الدُّعَاءُ هُوَ العِبَادَةُ..» [أخرجه الترمذي].

ولكن مع القول باستحباب الدُّعاء وقت حلول البلاء؛ فإنه لا بد من الإلتزام بآدابه وضوابطه، والتي منها عدم رفع الصوت والصِّياح به؛ قال الله سبحانه: {ادْعُوا رَبَّكُمْ تَضَرُّعًا وَخُفْيَةً إِنَّهُ لَا يُحِبُّ الْمُعْتَدِينَ} [الأعراف: 55].

قَالَ ابْنُ جُرَيْج: «يُكْرَهُ رَفْعُ الصَّوْتِ، وَالنِّدَاءُ، والصياحُ فِي الدُّعَاءِ، وَيُؤْمَرُ بِالتَّضَرُّعِ وَالِاسْتِكَانَةِ» [تفسير ابن كثير (3/ 428)].

أما بخصوص الاجتماع للدُّعاء عند النَّوازل، فمع أصل مشروعيته إلَّا أنّ رفع الضَّرر وحفظ الأنفس مُقدم عليه؛ فقد «قضَى -ﷺَ- أن لا ضررَ ولا ضِرارَ» [أخرجه ابن ماجه]، وقاعدة رفع الضَّرر هذه من قواعد الشَّريعة الإسلامية الحاكمة لغيرها من القواعد، والضَّابطة للعديد من الفتاوى والأحكام؛ لا سيما أحكام النَّوازل، ومسائل الأقضية المُستحدثة.

وقد ثبت بيقين أن التَّجمعات -في هذه الآونة- هي أكبر مُسبِّب للعدوى، وانتشار المرض؛ لذا كانت الدعوة إليها جريمة منكرة، وكان تجنبها واجب شرعي؛ لئلا يُساهم المرء في انتشار المرض؛ فيأثم بذلك أشد الإثم.

وقد قال الإمام ابن حجر -رحمه الله- عن أحوال مشابهة لهذه الظروف: «فليس الدعاء برفعِ الوباء ممنوعًا، ولا مصادمًا للمقدور من حيث هو أصلاً، وإنما الاجتماع له كما في الاستسقاءِ؛ فبدعة حدثت في الطاعون الكبير سنة (749 هـ) بدمشق … وخرج الناس إلى الصحراء ومعظمُ أكابرِ البلدِ فدعوا واستغاثوا، فعظُم الطاعونُ بعد ذلك، وكَثُرَ، وكان قبلَ دعائِهم أخفُّ!

قلت (أي: ابن حجر): ووقع هذا في زماننا، حين وقع أوَّلُ الطاعونِ بالقاهرة في 27 من شهر ربيع الآخَر سنة (833 هـ)، فكان عددُ من يموتُ بها دون الأربعين، فخرجوا إلى الصحراء في 4 جمادى الأولى، بعد أن نُودي فيهم بصيام ثلاثة أيامٍ، كما في الاستسقاء، واجتمعوا، ودعوا، وأقاموا ساعةً، ثم رجعوا، فما انسلخ الشهر حتى صار عددُ من يموت في كل يومٍ بالقاهرة فوق الألف، ثم تزايد!»

وبناء على ذلك، ومن مُنطَلَق مسئوليَّته الدِّينية والتَّوعوية؛ يُناشد مركز الأزهر العالمي الفتوى الإلكترونية أبناء الشَّعب المصري كافَّةً بضرورة ملازمة البيوت، وعدم الخروج منها إلا لضرورة، ويُبشِّر من قعد في بيته صابرًا راضيًا بقضاء الله بأجر الشَّهيد، وإنْ لم يمُتْ بالوباء؛ لقول سيدنا رسول الله ﷺ: «لَيسَ مِنْ رَجُلٍ يَقَعُ الطَّاعُونُ، فَيَمْكُث فِي بَيتِهِ صَابِرًا مُحْتَسِبًا يَعْلَمُ أَنَّهُ لَا يُصِيبُه إلَّا مَا كَتَبَ اللهُ لَهُ؛ إلِّا كَانَ لَهُ مِثْلُ أَجْرِ الشَّهِيدِ» [أخرجه أحمد].

كما يُفتي المركزُ بحرمة مُخالفة الإرشادات الطِّبيَّة، والتَّعليمات الوقائية التي تصدر عن الهيئات المختصة؛ لمَا في ذلك من تعريضِ النَّفسِ والغير لمواطنِ الضَّرر والهلاك.

حَفِظ الله البلادَ والعبادَ من كل مكروه وسوء، ورفع عنَّا وعن العالمين البلاء؛ إنَّه سُبحانه لطيفٌ خبيرٌ.

وصلَّى الله وسلَّم وبارك على سيدنا ومولانا محمد، والحمد لله ربِّ العالمين.

Corono i.v.m. Janazah

blank

Het bestuur van een moskee stelde een vraag over hoe om te gaan met de lijken van potentiele Corona patienten.

Na gesprek met de RIVM en de lokale GGD, is hun advies dat de uitvoerende van het ritueel bescherming in acht dient te nemen.

“Draag tijdens de verzorging een schort met lange mouwen en handschoenen. Het dragen van een veiligheidsbril en mondneusmasker is niet nodig. Trek eerst het schort aan en dan de handschoenen, over de manchetten van de mouwen. Bij het uitrekken is de volgorde andersom: eerst de handschoenen uitdoen, daarna handhygiëne toepassen, dan het schort uittrekken en vervolgens weer handhygiëne toepassen… “

De rituelen kunnen gewoon uitgevoerd worden.

Het verstandige is om de maximale tijdsduur van mogelijke uitstel te hanteren omdat er kans bestaat dat het virus nog aanwezig is (na een dag is het vrijwel er niet meer).

Meer hierover:
https://www.rivm.nl/…/informatie-…/postmortale_zorgverlening

Let op dat de GGD aangeeft dat er geen Coronatesten meer worden uitgevoerd. Het is dus onduidelijk of Corona de oorzaak is geweest.

Mohamed Yaseen Khan al-Azhari

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Het opschorten van het gezamenlijke gebed vanwege Corona

blank

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen via Al-Azhar en is in een korte tijd met urgentie vertaald.

Mohamed Yaseen Khan al-Azhari

# Al-Azhar al-Sharif
# Comité van grootgeleerden van Al-Azhar

Algemene verklaring:
Het is toegestaan ​​om de Jumuahgebeden en congregatiegebeden op te schorten om het volk te beschermen tegen het Corona-virus

Alle lof zij Allah, Hij die uniek is, en de vrede zij met degene die de laatste der profeten is. Na het lofprijzen van Allah en de zegenwens op de geliefde Profeet ﷺ verklaart het comité van grootgeleerden van Al-Azhar:

In het licht van de berichtgevingen en rapporten van de gezondheidsinstanties, inzake (Corona-Covid 19) welke nu de vorm heeft aangenomen van een wereldwijde pandemie, is duidelijk dat het gevaar van het virus schuilt in het aspect dat het snel en met gemak verspreidt wordt, daarnaast dat een besmette persoon niet direct de symptomen vertoont waaraan de ziekte herkend kan worden, en hiermee de ziekte op verscheidene plekken onbewust verspreid kan worden.

Een van de nobele doelstellingen van de islamitische wetgeving is om individuen te beschermen, en hen te waarborgen tegen elke vorm van gevaar en schade.

Het comité van grootgeleerden van Al-Azhar verklaart, berustend op zijn islamitische verantwoordelijkheid, dat het islamitisch is toegestaan om de Jumuah en congregatie gebeden in een land op te schorten, uit vrees dat het virus (verder) verspreidt onder de bevolking.

Het is vereist op zieken en ouderen (risicogroepen) thuis te blijven, en dat zij zich houden aan de voorzorgsmaatregelen die door de bevoegde autoriteiten zijn verkondigd. Dit houdt in dat zij niet uitgaan voor de vrijdag- of congregatiegebeden.

Dit besluit volgt op de verklaring van de specialisten (medici en virologen), de officiële statistieken aantonen inzake de verspreiding en het bewijs dat deze ziekte heeft geleidt tot de dood van velen. Het vaststellen van de risico van deze epidemie is islamitisch gezien genoeg op basis van sterke overtuiging (al-Zann al-Ghalib) en wat aangetoond is middels praktijk en ervaring: hoge besmettingspercentage, mogelijke contaminatie en infectie en het muteren van het virus.

De autoriteiten in een land, die zorg dragen voor de welgesteldheid van een volk, dienen alle nodige maatregelen te treffen ter preventie van verspreiding van het virus.

De Schriftgeleerden en onderzoekers zijn het erover eens dat de regel van kracht is: hetgeen verwacht wordt of aan is te komen neemt de regel van wat nu geldt; en dat het waarborgen van de gezondheid en welgesteldheid van de mens een van de grootste doelen is van de islamitische wetgeving.

De islamitische rechtsgeldigheid van het opschorten van het vrijdaggebed, congregatiegebeden en stopzetten daarvan, met het oog op voorkoming van verspreiding van een epidemie volgt uit wat overgeleverd is in de Sahihayn:

«أن عَبْدَ اللهِ بْنَ عَبَّاسٍ قال لِمُؤَذِّنِهِ فِي يَوْمٍ مَطِيرٍ: إِذَا قُلْتَ: أَشْهَدُ أَنَّ مُحَمَّدًا رَسُولُ اللهِ، فَلاَ تَقُلْ حَيّ عَلَى الصَّلاَةِ، قُلْ: صَلُّوا فِي بُيُوتِكُمْ، فَكَأَنَّ النَّاسَ اسْتَنْكَرُوا، قَالَ: فَعَلَهُ مَنْ هُوَ خَيْرٌ مِنِّي، إِنَّ الْجُمُعَةَ عَزْمَةٌ، وَإِنِّي كَرِهْتُ أَنْ أُحْرِجَكُمْ، فَتَمْشُونَ فِي الطِّينِ وَالدَّحَضِ

Abdullah b. Abbas levert over dat hij tegen de omroeper op een regenachtige dag zei: Wanneer je hebt verklaard: “Ash-hadu al-laa ilaha illallaah, Ash-hadu anna Muhammad-ar-Rasuloellah” zeg dan niet Hayya Alas-Salah “Kom tot het gebed”, maar roep: Sallu fi Buyutikum “Verricht het gebed in jullie huizen”. De overleveraar zei dat de mensen dit niet correct vonden. Ibn Abbas zei: “Verbazen jullie je om dit?! Voorzeker heeft iemand die beter is dan ik (namelijk de Profeet Muhammad) dit eerder gedaan! Het Jumuah is voorzeker verplicht, maar ik vind het niet correct dat ik jullie (verplicht) tot het uitkomen van jullie huizen en dat jullie lopen in modder en op glad grond.”

De Hadith geeft aan om de congregatie na te laten vanwege ontberingen en moeilijkheden die veroorzaakt werd door regen. Er is geen twijfel dat het risico van besmetting bij dit virus groter is dan de ontberingen bij regen voor het gaan naar de gebedshuizen. Hierop is de overduidelijk islamitische toestemming begrepen om het vrijdaggebed in de moskeeën na te laten wanneer een epidemie plaatsvindt. Het toepassen van deze regel is hierom islamitisch legaal en wordt onderkend met simpele rede en middels deductie van de wetgeving.
Het juridische alternatief op het Jumuah-gebed is de vier rak’at thuis tijdens Zuhr, of daar waar het niet druk is.

Daarnaast hebben de Fuqaha duidelijk vermeld dat angst voor leven, verlies van geld of familie een geldig excuus is om het congregatiegebed na te laten.

Baserend op de overlevering van Abu Dawood op gezag van Ibn Abbas vertelt hij dat de geliefde Profeet ﷺ heeft vermeld:

«مَنْ سَمِعَ المنادِيَ فَلَمْ يَمْنَعْهُ مِنَ اتِّبَاعِهِ، عُذْرٌ»، قَالُوا: وَمَا الْعُذْرُ؟ قَالَ: «خَوْفٌ أَوْ مَرَضٌ، لَمْ تُقْبَلْ مِنْهُ الصَّلَاةُ الَّتِي صَلَّى».

“Degene die de omroeper tot het gebed heeft gehoord en niet weerhouden was tot het congregatiegebed middels een excuus – er werd gevraagd wat een excuus is, waarop vermeld werd: angst of ziekte – het gebed welke hij dan heeft verricht zal dan niet geaccepteerd zijn.”

Zo is er ook overgeleverd door de Shaykhayn in hun Sahih in de Hadith van Abd al-Rahman b. Awf dat hij van de geliefde Profeet ﷺ heeft gehoord:

«إِذَا سَمِعْتُمْ بِهِ بِأَرْض فَلاَ تَقْدَمُوا عَلَيْهِ، وَإِذَا وَقَعَ بِأَرْضٍ وَأَنْتُمْ بِهَا فَلاَ تَخْرُجُوا فِرَارًا مِنْهُ».

“Als je hoort dat het (plaag) in een gebied is uitgebroken, betreed het dan niet. Echter wanneer het (plaag) uitbreekt in een land waar je in begeeft, vertrek er dan ook niet van.”

De nobele Profeet ﷺ heeft het daarnaast afgeraden om anderen nadeel te bezorgen op plaatsen waar mensen bijeenkomen.

فعَنْ جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ رضي الله عنهما قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «مَنْ أَكَلَ ثُومًا أَوْ بَصَلًا فَلْيَعْتَزِلْنَا، أَوْ لِيَعْتَزِلْ مَسْجِدَنَا، وَلْيَقْعُدْ فِي بَيْتِهِ» متفق عليه.

Zo levert Jabir b. Abdullah over dat de geliefde profeet ﷺ heeft vermeld: “Wie knoflook of ui eet, laat hem zich van ons isoleren / onze moskee vermijden, en laat hem in zijn huis blijven.” Overgeleverd door Muslim en Bukhari.

Wat opgemerkt moet worden is dat in de Hadith gesproken wordt om een lichte nadeel, doch heeft geleid tot het nalaten van het gebed. Het zou dan in overmaat moeten gelden in het geval van een pandemie welke zich daarnaast zeer snel (zonder te waarnemen) verspreidt, en resulteert in een ongekende ramp. We zoeken onze toevlucht bij Allah hiervan.

Het angst welke zich nu heeft bewerkstelligd is onderbouwd vanwege de snelle verspreiding van het virus, de potentie ervan tot doden en het gebrek tot een effectieve behandeling ervoor. Dit is de reden dat de moslim geëxcuseerd wordt van het bijeenkomen tot het vrijdaggebed of een congregatiegebed.

* Dienovereenkomstig: Verklaart het comité van grootgeleerden van Al-Azhar:

Het is principieel vanuit de islam toegestaan ​​om het bijeenkomen tot het vrijdagsgebed en de congregatiegebeden tijdelijk op te schorten, zeker wanneer een congregatie leidt tot de verspreiding van dit levensgevaarlijke virus.

Het comité wil daarnaast graag op de volgende drie zaken attenderen:

De eerste:
Het is verplicht om het oproep tot het gebed te doen voor elk gebed in de moskee, zelfs in het geval dat de congregatie tot het vrijdagsgebed en het congregatiegebed is opgeschort. Het is toegestaan ​​dat de omroeper dan bij elke Azan oproept: “Sallu fi Buyutikum (Bid het gebed in jullie huizen)”

De tweede:
Voor de mensen die in een huis wonen kunnen onderling in een Jama’ah bidden, omdat het niet vereist is dat de Jama’ah in een moskee hoeft te zijn totdat het gevaar van de epidemie geweken is.

Ten derde:
Alle burgers dienen zich wettelijk te houden aan de instructie en uitleg van de gezondheidsautoriteiten om de verspreiding van het virus te beperken en het te elimineren, en informatie in te winnen van de officiële bronnen, en de valse geruchten te vermijden die angst inboezemen, onrust veroorzaken en zorgen voor verwarring.

Het comité van grootgeleerden van Al-Azhar roept de moslims op tot het onderhouden van het gebed en het afsmeken tot God – de Almachtige – met nederigheid voor de steun en hulp van de zieken, het verrichten van vrijwillige en goede daden, zodat Allah de plaag van de wereld opheft, en ons land en alle mensen redt van deze epidemie, ziekten en kwalen. Hij is de beste aan wie gevraagd wordt en de grootste hoop.

Voorzeker is Allah de beste beschermer en de meest barmhartige.

Het comité van grootgeleerden van Al-Azhar

Zondag 15/3/2020 AD

Vertaald: Mohamed Yaseen Khan al-Azhari

Lees ook: https://alhusayn.nl/preventieve-maatregelen-tegen-een-epidemie-in-het-licht-van-de-sunnah/

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Preventieve maatregelen tegen een epidemie in het licht van de Sunnah

blank

Preventieve maatregelen tegen een epidemie in het licht van de Sunnah

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen via Al-Azhar en is in een korte tijd vertaald met een aantal eigen opmerkingen. Het artikel geeft een valide opinie weer en pretendeert niet dat dit de enigste interpretatie is.

De opkomst van plagen en ziekten is niet iets wat onbekend is. Zo hebben de geleerden van de islam een aantal richtlijnen opgesteld om verspreiding van ziektes te voorkomen. Ik wil er op aanduiden dat de gebruikte Ahadith in uitleg kunnen verschillen. Hetgeen hier beoogd wordt is slechts het geven van een advies baserend op een valide interpretatie.

Met betrekking tot het voorkomen van verspreiding van ziektes geven geleerden het volgende mee als aanbeveling.

Ten eerste:

Begeef je niet op plekken of gebieden waar epidemieën wijdverspreid zijn en laat je niet inmengen met de plaatselijke mensen van een rampgebied.

فعن أَبي هُرَيْرَةَ رضي الله عنه أنه قال: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «لَا يُورِدَنَّ –أي يحضرن ويأتين بإبله- مُمْرِضٌ- من له إبل مرضى- عَلَى مُصِحٍّ- من كانت إبله صحيحة -» أخرجه البخاري

Zo is er overgeleverd door Abu Hurairah, hij zegt: De profeet ﷺ heeft vermeld: “Niemand zou de zieke vee (kameel) bij de niet-zieke (kameel) moeten brengen.”[1] Overgeleverd door Bukhari.

Hierop baserend zou iemand die de symptomen van een virus kent, moeten vermijden zich in te laten mengen op plaatsen van bijeenkomsten zoals scholen, universiteiten, markten en transportmiddelen. Dit is om te voorkomen dat infecties zich makkelijk verspreiden.

De nobele Profeet ﷺ heeft het daarnaast afgeraden om anderen nadeel te bezorgen op plaatsen waar mensen bijeenkomen.

فعَنْ جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ رضي الله عنهما قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «مَنْ أَكَلَ ثُومًا أَوْ بَصَلًا فَلْيَعْتَزِلْنَا، أَوْ لِيَعْتَزِلْ مَسْجِدَنَا، وَلْيَقْعُدْ فِي بَيْتِهِ» متفق عليه.

Zo levert Jabir b. Abdullah over dat de geliefde profeet ﷺ heeft vermeld: “Wie knoflook of ui eet, laat hem zich van ons isoleren / onze moskee vermijden, en laat hem in zijn huis blijven.” Overgeleverd door Muslim en Bukhari.

وعَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ رضي الله عنهما قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «لَا ضَرَرَ وَلَا ضِرَارَ» أخرجه ابن ماجه

Ibn Abbas levert over dat de geliefde Profeet ﷺ heeft vermeld: “Het is niet toegestaan om jezelf schade aan te brengen, noch toegestaan schade tot anderen aan te brengen. “. Overgeleverd door Ibn Majah.

Ten tweede:

Het was het praktijk van de geliefde Profeet ﷺ dat als hij nieste hij zijn hand of kleding over zijn mond deed. Hij dempte hiernaast het geluid hiermee.

فعَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رضي الله عنه: «أَنَّ النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ كَانَ إِذَا عَطَسَ غَطَّى وَجْهَهُ بِيَدِهِ أَوْ بِثَوْبِهِ وَغَضَّ بِهَا صَوْتَهُ» أخرجه الترمذي.

Het is overgeleverd van Abu Hurayrah, moge Allah tevreden zijn met hem, dat de profeet ﷺ, placht zijn gezicht met zijn hand te bedekken wanneer hij nieste of deed dit met zijn kleding, en hiermee zijn geluid dempte. Overgeleverd door Tirmidhi.

Ten derde:

Iemand dient zich te weerhouden van spugen op de wegen en plaatsen waar mensen passeren. Omdat dezelfde spuug wanneer het droogt zich vermengt met de wind en hiermee ziektes kunnen verspreiden.

عن أَنَس بْن مَالِكٍ رضي الله عنه قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «البُزَاقُ فِي المَسْجِدِ خَطِيئَةٌ وَكَفَّارَتُهَا دَفْنُهَا».

Al-Bukhari en Muslim leveren over dat Anas Bin Malik, zei dat de geliefde profeet ﷺ heeft vermeld: “Spugen in de moskee is een overtreding en zijn vereffening is het begraven ervan.”[2]

وروى ابن سعد في (الطبقات الكبرى: 7/ 351): أَقْبَلَ عَمْرُو بْنُ الْعَاصِ يَوْمًا يَسِيرُ وَابْنُ سَنْدَر مَعَهُمْ، فَكَانَ ابْنُ سَنْدَرٍ وَنَفَرٌ مَعَهُ يَسِيرُونَ بَيْنَ يَدَيْ عَمْرِو بْنِ الْعَاصِ فَأَثَارُوا الْغُبَارَ فَجَعَلَ عَمْرٌو طَرَفَ عِمَامَتِهِ عَلَى أَنْفِهِ، ثُمَّ قَالَ: اتَّقُوا الْغُبَارَ فَإِنَّهُ أَوْشَكُ شَيْءٍ دُخُولًا، وَأَبْعَدُهُ خُرُوجًا، وَإِذَا وَقَعَ عَلَى الرَّيَّةِ صَارَ نَسَمَةً –والمعنى أن التراب سريع الدخول بطيء الخروج وإذا وصل للرئة ضَيَّقَ التنفس-. اهـــ

Verteld door Ibn Sa`d in (al-Tabaqat al-Kubra: 7/351): Amr Ibn al-Aas kwam op een zekere dag aan en de zoon van Sadar was met hen samen. Ibn Sandar en een groep mensen waren voor Amr b. al-As. Hierop vloog er veel stof op, waarop Amr de stof van zijn tulbad op zijn neus plaatste. Hierop zij Amr bin al-As pas op van stof omdat het heel snel binnentreedt en moeilijk weg is te halen. Wanneer het de longen intreedt wordt hierdoor het ademen bemoeilijkt.

Ten vierde:

Bedek de eetborden en bekers, laat ze niet open achter, omdat de micro-organismen via kleine deeltjes via de lucht overgedragen kunnen worden. Dit is ook om te voorkomen dat insecten over de borden en bekers lopen.

فعَنْ جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُمَا قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «خَمِّرُوا الآنِيَةَ-أي غطوها-، وَأَجِيفُوا-أي أغلقوا- الأَبْوَابَ، وَأَطْفِئُوا المَصَابِيحَ؛ فَإِنَّ الفُوَيْسِقَةَ –أي الفأرة- رُبَّمَا جَرَّتِ فَأَحْرَقَتْ أَهْلَ البَيْتِ» أخرجه البخاري.

Het is overgeleverd van Jabir bin Abdullah, dat de geliefde Profeet ﷺ heeft vermeld: “Bedek het serviesgoed, sluit de deuren en doe de lantaarns uit, omdat een muis wellicht de kaars om laat vallen waardoor de inwoners van het huis verbranden.” Overgeleverd door Bukhari.

Ten vijfde:

Het weerhouden van blazen op eten of drinken. Zo ook het niet ademen in servies.

فعَنْ أَبِي قَتَادَةَ رضي الله عنه قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «إِذَا شَرِبَ أَحَدُكُمْ فَلا يَتَنَفَّسْ فِي الإِنَاءِ» أخرجه البخاري

Op gezag van Abu Qatadah, hij zei dat de geliefde Profeet ﷺ vermeldde: “Wanneer iemand drinkt zou hij niet moeten blazen in serviesgoed.”

Evenzo niet drinken met de mond van een waterfles wanneer het gedeeld wordt met een ander.

فعن أَبي هُرَيْرَةَ رضي الله عنه قال: «نَهَى رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ عَنِ الشـُّرْبِ مِنْ فَمِ القِرْبَةِ أَوِ السِّقَاءِ» أخرجه البخاري.

Op gezag van Abu Huraira, de Profeet van Allah ﷺ keurde het drinken (met de mond) van de opening van een kruik of waterfles af. Overgeleverd door Bukhari.[3]

وعَنْه –أيضًا- رضي الله عنه قَالَ: أُحَدِّثُكُمْ بِأَشْيَاءَ عَنْ رَسُولِ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قِصَارٍ: «لَا يَشْرَبِ الرَّجُلُ مِنْ فَمِ السِّقَاءِ» أخرجه أحمد.

Ook van Abu Huraira – Ik bericht jullie iets namens de geliefde Profeet ﷺ over een kort bericht: “Laat iemand niet van de mond van een waterfles drinken.” Overgeleverd door Ahmad.

Ten zesde:

Degenen die werken in de horeca dienen extra op te letten op hygiënevoorschriften, omdat de gezondheid van mensen een vertrouwen is in hun handen en daarmee hun verantwoordelijkheid.

فعن معقل بن يسار رضي الله عنه أن رَسُولَ اللهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قال: «مَا مِنْ عَبْدٍ يَسْتَرْعِيهِ اللهُ رَعِيَّةً، يَمُوتُ يَوْمَ يَمُوتُ وَهُوَ غَاشٌّ لِرَعِيَّتِهِ، إِلَّا حَرَّمَ اللهُ عَلَيْهِ الْجَنَّةَ» متفق عليه

Op gezag van Maqal Bin Yasar dat de boodschapper van Allah ﷺ heeft vermeld: “Elke dienaar die aangesteld is over de kwesties van de mensen door Allah, wanneer deze dienaar sterft terwijl hij oneerlijk handelde (zijn verantwoordelijkheden niet na kwam), dan zal Allah het paradijs voor hem verboden maken.” Overeengekomen door Muslim en Bukhari

Ten zevende:

Vermijd omhelzingen en het geven van kussen, en zorg ervoor dat de handen schoon zijn wanneer je de handen schudt.

والحرص على نظافة الأيدي عند المصافحة؛ فعن أنس مَالِكٍ رضي الله عنه قَالَ: قَالَ رَجُلٌ: يَا رَسُولَ اللهِ، أَحَدُنَا يَلْقَى صَدِيقَهُ أَيَنْحَنِي لَهُ؟ قَالَ: فَقَالَ رَسُولُ اللهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «لَا». قَالَ: فَيَلْتَزِمُهُ وَيُقَبِّلُهُ؟ قَالَ: «لَا». قَالَ: فَيُصَافِحُهُ؟ قَالَ: «نَعَمْ، إِنْ شَاءَ» أخرجه أحمد

Op gezag van Anas Malik, moge God tevreden met hem zijn, hij levert over dat een man zei: O Boodschapper van Allah ﷺ , wanneer een van ons zijn vriend ontmoet zou hij voor hem moeten buigen? De Profeet ﷺ antwoorde: “Nee.” Zou hij hem moeten omhelzen en kussen. Hij antwoorde: “Nee.” Zou hij dan zijn handen met hem moeten schudden? Hierop antwoorde de Profeet ﷺ: “Ja indien hij het wil.”[4] Overgeleverd door Ahmad.

Noot:

Religieuze bijeenkomsten zoals Djumuah:

In geval van bijeenkomsten in de moskee zoals bij Djumuah, is bij een eventuele besmettingsgevaar verstandig de volgende adviezen in acht te nemen:

  • Wanneer je hoest in het gebed, hoest of nies in de binnenkant van je elleboog;
  • Het schudden van de handen na het gebed is geen vereiste;
  • Verricht de Wudu vooraf elk gebed zelfs als je al de reinheidsstatus had.

# voorkomen

# Al-Azhar al-Sharif

# Elektronische Fatwas

«

التدابيرُ الوقائيةُ للحَدِّ من انتشارِ العَدْوَى»

لقد وضع الإسلامُ تدابيرَ وِقائيَّةً للحدِّ من انتشار الأمراض والأوبئة، وأرشد إلى الأخذ بها، والتي منها:

أولًا: عدم التواجد في الأماكن التي تنتشر فيها الأوبئة، وعدم الاختلاط بأهلها؛ فعن أَبي هُرَيْرَةَ رضي الله عنه أنه قال: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «لَا يُورِدَنَّ –أي يحضرن ويأتين بإبله- مُمْرِضٌ- من له إبل مرضى- عَلَى مُصِحٍّ- من كانت إبله صحيحة -» أخرجه البخاري.

وكذلك يجب على من أحس بشيء من أعراض المرض أن يتجنب الاختلاط بالناس في أماكن التجمعات كالمدارس والجامعات والأسواق ووسائل المواصلات حيث يمكن انتشار العدوى بسهولة؛ فقد نهى النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ عن إلحاق الضرر بالناس في أماكن التجمعات، حتى في أبسط الأمور ؛ فعَنْ جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ رضي الله عنهما قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «مَنْ أَكَلَ ثُومًا أَوْ بَصَلًا فَلْيَعْتَزِلْنَا، أَوْ لِيَعْتَزِلْ مَسْجِدَنَا، وَلْيَقْعُدْ فِي بَيْتِهِ» متفق عليه. وعَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ رضي الله عنهما قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «لَا ضَرَرَ وَلَا ضِرَارَ» أخرجه ابن ماجه.

ثانيًا: كان من هديه صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ أنه إذا عطس وضع يده أو ثوبه على فمه، وخفض بها صوته؛ فعَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ رضي الله عنه: «أَنَّ النَّبِيَّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ كَانَ إِذَا عَطَسَ غَطَّى وَجْهَهُ بِيَدِهِ أَوْ بِثَوْبِهِ وَغَضَّ بِهَا صَوْتَهُ» أخرجه الترمذي.

ثالثًا: عدم البصق في الطرقات والأماكن التي يمر منها الناس؛ فإنه عندما يجف يختلط بالهواء وينشر الأمراض؛ فقد أخرج البخاريُّ ومسلمٌ عن أَنَس بْن مَالِكٍ رضي الله عنه قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «البُزَاقُ فِي المَسْجِدِ خَطِيئَةٌ وَكَفَّارَتُهَا دَفْنُهَا».
وروى ابن سعد في (الطبقات الكبرى: 7/ 351): أَقْبَلَ عَمْرُو بْنُ الْعَاصِ يَوْمًا يَسِيرُ وَابْنُ سَنْدَر مَعَهُمْ، فَكَانَ ابْنُ سَنْدَرٍ وَنَفَرٌ مَعَهُ يَسِيرُونَ بَيْنَ يَدَيْ عَمْرِو بْنِ الْعَاصِ فَأَثَارُوا الْغُبَارَ فَجَعَلَ عَمْرٌو طَرَفَ عِمَامَتِهِ عَلَى أَنْفِهِ، ثُمَّ قَالَ: اتَّقُوا الْغُبَارَ فَإِنَّهُ أَوْشَكُ شَيْءٍ دُخُولًا، وَأَبْعَدُهُ خُرُوجًا، وَإِذَا وَقَعَ عَلَى الرَّيَّةِ صَارَ نَسَمَةً –والمعنى أن التراب سريع الدخول بطيء الخروج وإذا وصل للرئة ضَيَّقَ التنفس-. اهـــ

رابعًا: تغطية أواني الطعام والـشراب، وعدم تركها مكشوفة؛ لأن الميكروب ينتقل عن طريق الهواء المحمل بالرذاذ المعدي. وكذلك لحفظه من الحشرات التي قد تمر عليه؛ فعَنْ جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُمَا قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «خَمِّرُوا الآنِيَةَ-أي غطوها-، وَأَجِيفُوا-أي أغلقوا- الأَبْوَابَ، وَأَطْفِئُوا المَصَابِيحَ؛ فَإِنَّ الفُوَيْسِقَةَ –أي الفأرة- رُبَّمَا جَرَّتِ فَأَحْرَقَتْ أَهْلَ البَيْتِ» أخرجه البخاري.

خامسًا: عدم النفث في الطعام أو الشراب، وكذلك عدم التنفس في الآنية؛ فعَنْ أَبِي قَتَادَةَ رضي الله عنه قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «إِذَا شَرِبَ أَحَدُكُمْ فَلا يَتَنَفَّسْ فِي الإِنَاءِ» أخرجه البخاري.
وكذلك عدم الشرب من فم السقاء إذا كان يشاركه فيه غيره؛ فعن أَبي هُرَيْرَةَ رضي الله عنه قال: «نَهَى رَسُولُ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ عَنِ الشـُّرْبِ مِنْ فَمِ القِرْبَةِ أَوِ السِّقَاءِ» أخرجه البخاري. وعَنْه –أيضًا- رضي الله عنه قَالَ: أُحَدِّثُكُمْ بِأَشْيَاءَ عَنْ رَسُولِ اللَّهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قِصَارٍ: «لَا يَشْرَبِ الرَّجُلُ مِنْ فَمِ السِّقَاءِ» أخرجه أحمد.

سادسًا: حرص العاملين في مجال صناعة الأطعمة وبيعها على النظافة؛ لأن صحة الناس أمانة في أعناقهم؛ فعن معقل بن يسار رضي الله عنه أن رَسُولَ اللهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قال: «مَا مِنْ عَبْدٍ يَسْتَرْعِيهِ اللهُ رَعِيَّةً، يَمُوتُ يَوْمَ يَمُوتُ وَهُوَ غَاشٌّ لِرَعِيَّتِهِ، إِلَّا حَرَّمَ اللهُ عَلَيْهِ الْجَنَّةَ» متفق عليه.

سابعًا: تجنب العناق والتقبيل، والحرص على نظافة الأيدي عند المصافحة؛ فعن أنس مَالِكٍ رضي الله عنه قَالَ: قَالَ رَجُلٌ: يَا رَسُولَ اللهِ، أَحَدُنَا يَلْقَى صَدِيقَهُ أَيَنْحَنِي لَهُ؟ قَالَ: فَقَالَ رَسُولُ اللهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: «لَا». قَالَ: فَيَلْتَزِمُهُ وَيُقَبِّلُهُ؟ قَالَ: «لَا». قَالَ: فَيُصَافِحُهُ؟ قَالَ: «نَعَمْ، إِنْ شَاءَ» أخرجه أحمد.

#وقاية
#الأزهر_الشريف
#الفتاوى_الإلكترونية

[1] Ondanks dat geleerden verschillen in het overdraagbare karakter van een ziekte, is er hier een geldig meningsverschil over. De Hadith van Laa Adwa, namelijk dat een ziekte niet overdraagbaar is wordt ook geïnterpreteerd als dat een ziekte op zichzelf niet verspreidt dan alleen als Allah dat schept. De uitspraken zijn derhalve niet tegenstrijdig. In het licht van de overige Ahadith wordt het duidelijk dat het overdragen van ziektes iets is waarmee rekening gehouden wordt, dat dit namelijk iets is dat Allah schept en niet dat de ziekte zelf het effect schept, of dat Allah de ziekte een kracht schonk waarmee het schept. Alleen Allah is de schepper van alles.

[2] De uitleggers van de Hadith vermelden een andere insteek van deze Hadith waarbij ze indiceren dat er overleveringen zijn die aanduiden op richtlijnen voor wanneer en waar er gespuugd kan worden. (Umdah van Badr al-Din al-Ayniyy) De insteek van het artikel is slechts het toelichten van een valide opinie dat in het licht van een epidemie er ontdaan moet worden van enige verspreiding daarvan in een moskee.

[3] Er zijn conflicterende Ahadith die aanduiden dat de geliefde Profeet ﷺ dit wel toestond middels zijn eigen handelen. De geleerden verenigen deze door de Ahadith die duiden op de legaliteit ervan dat die gelden voor een overmachtssituatie wanneer iemand dus niet in staat is om middels een beker of middels de handen te drinken. Zie Umdah al-Qari van Badr al-Din al-Ayniyy.

[4] Er zijn overige redenen en voorwaarden genoemd door de geleerden over wanneer het niet ongewenst of Haram is om de persoon te kussen of te omhelzen. De geleerden verschillen hiervan van mening. De insteek van het onderzoek is om aan te tonen dat het kussen of omhelzen niet een vereiste is in de islam, maar in omstandigheden ervan afgeweken kan worden. Het schudden van de handen na het gebed is niet vereist maar kan in situaties van afgeweken worden.

blank
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Is het verplicht om een Hijab aan te doen voor vrouwen? Al-Azhar UK

blank

#Fatwa

Question

Muslim women have recently commemorated a day called “World hijab day”. With all such debate going around Muslim women’s attire, what is the legal ruling regarding hijab and whether it is obligatory in the Shari‘ah?

Answer

It is obligatory for every Muslim woman who has reached puberty to wear the hijab. This ruling is established in the Quran, Sunnah, and by the consensus of the Muslim community. 
In the Quran, God the Almighty says, “O Prophet, tell your wives, your daughters, and women believers to make their outer garments hang low over them” (33:59). 
In the Prophetic traditions, the Prophet (peace and blessings be upon him) said, “O, Asmaa! If a woman reaches menarche nothing should be seen [of her body] except this and this,” and he pointed to her face and hands.” [Abu Dawud, al-Sunan]

This is also the consensus of the Muslims from the earliest generations and their successors. It is necessarily known to all Muslims to be obligatory in religion.

God the Almighty knows best.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Het huwelijk van de Profeet met de jonge A-ishah

blank

(Het artikel is oorspronkelijk verschenen in een kantnoot van het boek: Seerah van de Profeet Muhammad (vrede zij met hem) gratis uitgegeven door Qur’an-instituut al-Husayn.)

Het gezegende huwelijk van de geliefde Profeet met de 6-a-7 jarige ᶜĀ-ishah, is één van de meest besproken huwelijken van deze tijd. Moslims verheugen zich over dat de moeder der gelovigen ᶜĀ-ishah (onze moeder) de eer heeft gehad zich vanaf haar zesjarige leeftijd te mogen vertoeven in het hof van de geliefde Profeet . Het wordt daarom ook gerekend tot één van haar voortreffelijkheden. Toch zijn er in deze tijd individuen die het gezegende huwelijk als reden aanvoeren om de geliefde Profeet  te beschuldigen van oneervol en immoreel gedrag.

Ze beseffen niet dat de bronnen van de islam die spreken over de legaliteit van een huwelijk met een minderjarige, met doorslaggevende bronnen zijn bewezen.

U zult hierbij een artikel lezen dat het morele aspect van het handelen van de geliefde Profeet behandelt, waarbij hij een huwelijk aanging met Ā-ishah. Het beoogt geen Hadīthkundige ontleding daarvan, wat echter wel het onderwerp zal zijn in een apart artikel op de website van Qurʹān-instituut al-Husayn: De voortreffelijkheid van Ā-ishah op 6-a-7 jarige leeftijd. We zullen dit artikel in twee delen opsplitsen:     
Het eerste gedeelte van het artikel is bedoeld voor de moslim die gelooft in de waarachtigheid van de Qur
ʹān en in de vermeldingen van de nobele Profeet . Omdat een moslim beide zaken al geaccepteerd heeft als een absolute maatstaf, zou er normaliter geen behoefte moeten zijn aan een rationele uitleg. Omdat voor een moslim is het voldoende dat hij weet of een voorschrift van Allāh afkomstig is en of de Profeet zo’n huwelijk toegestaan en of gepraktiseerd heeft. Ondanks dat kan een rationele uitleg wel bijdragen aan een sterker geloof (Itminān al-Qalb).      Het tweede deel van het artikel is bedoeld voor de niet-moslim, die de Profeet Muhammad nog niet heeft weten te accepteren als een gezant van God, of twijfelt aan zijn morele karakter. Het is in dat gedeelte dat we de moraliteit van het huwelijk van hem met een minderjarige, middels rationele bewijsvoering zullen trachten aan te tonen. Middels bewijsvoering zal aangetoond worden dat het verheven karakter van Profeet Muhammad  rein van en ver verheven is boven hetgeen van waar hij van wordt beschuldigd, en sterker nog onrechtmatig slachtoffer is van smaad en laster.

Klik op de link om het artikel te downloaden en te lezen.

Titel: Het huwelijk van de Profeet  met de jonge A-ishah
Auteur: Mohamed Yaseen Khan al-Azhari
Pagina’s: 14
Vrede en zegeninen zij met de geliefde Profeet en met zijn reine echtgenotes.
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Vrouwenerfenis in de Islam een rationeel betoog – Al-Azhar (UK)

blank

Onlangs is er poging gedaan door modernisten om de nobele wetgeving van de geliefde profeet Mohammed vrede zij met hem te ondermijnen. Vanwege hun onbegrip en beperkte kennis hebben zij de goddelijke en profetische wijsheden niet kunnen achterhalen. Het heeft zelfs geleid tot het denigreren van bepaalde aspecten van de wetgeving zoals erfrecht. Moge Allah hen leiden. Het is hierom dat er een verklaring en uitleg is uitgebracht namens de geleerden van Al-Azhar die de kwestie toelichten.

In de islam zijn bepaalde aspecten van de reine wetgeving met doorslaggevende bronnen vast komen te staan die daarnaast eenduidig zijn, waardoor een herinterpretatie daarin niet mogelijk is. Deze aspecten van de wetgeving zijn derhalve geen onderwerp voor Idjtihad. Een van deze voorbeelden is de erfverdeling. Deze aspecten behoren tot de vereisten van het geloof en kunnen nimmer verworpen worden voor iemand die gelooft in al hetgeen gekomen is van de nobele Profeet Vrede zij met hem.

Er zijn inderdaad ook bepaalde aspecten van de wetgeving die middels Zann (niet eenduidig niet doorslaggevend) zijn vastkomen te staan en zijn derhalve vatbaar voor Idjtihad, thans de reden dat de juristen onderling verschilden van mening.

Het past een moslim om op de hoogte te zijn van de zaken welke behoren tot de vereisten der geloof zodat het volk niet ten prooi valt in de valse retoriek van hen die plachten de boodschap van de nobele Profeet Vrede zij met hem te ondermijnen.

In het onderstaande Engelse artikel kunt u een toelichting vinden van Al-Azhar die de rationele argumenten en uitleg inzake erfverdeling toelicht.

Geparafraseerd.

Praise be to Allah. May Allah’s peace and blessings be upon Prophet Muhammad.

The Islamic Sharia is unique in nature, for it is effective and valid beyond times and places. As a sign of flexibility, it considers all conditions of people, given their diverse cases and differences. This flexibility is not a feature of all texts of Sharia; some texts are constantly invariable and inalterable; they are not open for further human reasoning, such as the texts related to faith, worship and morality.

The Islamic texts of inheritance belong to this definite section, which accepts no human reasoning or change. Allah, the Almighty, has prescribed its rules and norms himself for their importance and significance. The noble Sharia has explained this area and removed all causes of conflict and discord, but fake claims, objections, and accusations of being unfair and biased never ended. Before we clarify the philosophy of the distribution of inheritance in Islam, the following points must be clarified:
First: A Muslim, who truly submits to Allah—the Almighty, with firm and sincere faith in Allah as his Lord, and in Muhammad as his Prophet—finds it enough to know that Allah—the Almighty, is the One who commands these laws, so s/he would accept them.
Second: It is essential to understand the difference between justice and equality. The achievement of justice depends on achieving equality.
Third: If we want to demonstrate the philosophy of inheritance in Islam, especially the inheritance of women, we should not lose sight of the reality of other nations regarding the same issue.
Fourth: Islam had excelled other positive laws and legislations in relation to giving women fair treatment and equal rights through the following:
1. Islam has abrogated all unfair practices against women, especially in the area of inheritance. The Holy Qur’an refers to some of these unfair practices saying, “O believers! You are forbidden to inherit women against their will. Nor should you treat them with harshness to take away part of the dower you have given them” (Qur’an 4:19)”
2. Islam has granted women the right to guardianship over her property, giving her an independent financial competency to undertake liabilities and receive rights. Allah, the Almighty, said, “To men is allotted what they earn, and to women what they earn, and ask Allah of His bounty. For Allah has full knowledge of all things” (Qur’an 4:32).
3. Islam has declared women qualified to conclude all financial contracts by themselves, such as contracts of sales, pawns, partnerships, etc. The Prophet even said, “Woman are the counterpart of men” (Abu Dawud and al-Tirmidhi).
4. Islam has given women specific shares in the estate of the deceased. Allah, the Almighty, says, “Men shall have a portion of what the parents and the near relatives leave, and women shall have a portion of what the parents and the near relatives leave, whether there is little or much of it; a stated portion” (Qur’an 4:7).
To sum up, men and women have equal rights under Islam to earn money, work, wages, and financial dues.

Actually, the system of inheritance has an independent philosophy, which can be summarized through the following points:
First: The claim that Islamic inheritance system gives males as much as double the share of female’s share is misleading and untrue. Investigating the details of inheritance system proves a woman may, in some cases, receive more than men or receive the same share of men. Or she may be entitled to a share in inheritance while men have nothing, which occurs in more than thirty cases. She receives half of man’s share in four cases only.
Second: The variation of shares in the Islamic system of inheritance has nothing to do with masculinity or femininity at all. In fact, it depends on three factors:
1. The degree of kinship: the closer the degree a person has to the deceased person, the greater the share of inheritance s/he receives.
2. The position of the inheriting generation; the younger the inheriting generation, the greater share they receive. Thus, the share of the deceased’s son is bigger than the deceased’s father even if the son is still an infant for s/he is in more need of money.
3. Costs and financial burdens: In case the degree of kinship and the inheriting generation are equal, shares vary in line with the expected financial burdens of inheritors. The legal maxims states that “Entitlement to profits goes in line with burdens and responsibilities undertaken i.e. profits are parallel to the legally imposed burdens and duties.
Third: Islam, upon the time of revelation, observed the realities of people’s life and reformed imbalance. It educated the arrogant pre-Islamic people and turned them into a nation that keeps covenants, fulfills rights, and gives women the right to inheritance through a just and integrated legal system.
It is unforgettable here to stress that depriving women of heritage or forcing her to yield and abandon it for a sum of money or benefit is totally forbidden in Islam. Abu Bakrah narrated that the Messenger of Allah (Allah’s peace and blessings be upon him) said, “There is no sin whose punishment is more worthy that Allah hastens to apply it in this world, let alone what is in store for the sinner in the Hereafter, than tyranny and severing ties of kinship.” Undoubtedly, depriving a woman of her inheritance is a kind of severing ties of kinship and oppression, which incurs quick punishment in this life and in the hereafter as well.
Islam is a wholly integrated and perfectly inseparable religion. It is unfair to judge it without perfect implementation in life. The issue of inheritance is related to a series of other issues. This article is just an endeavor to highlight of these interrelated relationship to reconsider the situation from a different approach.
May Allah grant us good understanding, inclusive knowledge, and guide us to the right path.

#Women_Inheritance_In_Islam
#Islam_Women
#AlAzhar_Fatwa_Global_Center

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Het herdenken van de Mawlid volgens Al-Azhar

blank

Het herdenken van de geliefde Profeet Muhammad is een herhaalde fenomeen onder de Ahl al-Sunnah lieden. Vele grote geleerden door de eeuwen heen herdachten het. Tijdens het ottomaanse rijk was het zelfs een nationale dag welke uitbundig werd herdacht.

Dr. Shawki Allam, de Grand Mufti van Egypte uit Al Azhar vermeldt met betrekking tot de Mawlid het volgende:

“De geboorte van de Profeet  is een poort van goddelijke genade in de geschiedenis van de mens. Deze genade is onbeperkt, want het omvat het onderwijzen en begeleiden van de mens naar het rechte pad en het bevorderen van zowel zijn materiële als spirituele welzijn. Het is niet beperkt tot degenen die leefden in de tijd van de profeet , maar door de geschiedenis heen … “

Deze grote gunst van Allah namelijk de komst van de nobele Profeet onder de mensen staat daarom als symbool van rechtleiding, rechtvaardigheid en overige gunsten die Allah met hem meezond. Het is daarom dat Al Azhar maar sterker nog het volk van Egypte, Marokko, Turkije, India en Pakistan etc. deze dag uitbundig herdenken.

Er zijn echter richtlijnen hiervoor gesteld namens de Shariah. Het is namelijk niet toegestaan dat er tijdens bijeenkomsten zaken geschieden die tegen de godsdienst ingaan. Anders dan dat zijn ceremonies van Quran, lofliederen, Ahadithbijeenkomsten, het vrijwillge vasten en gebeden allen op zich in essentie toegestaan en daarom dus ook ter ere van de majestueuze geboortedag.

Hoe dit is bewezen heeft Sh Dr Ramadan al-Bouti een bijzonder mooie uitleg gegeven (engels vertaald):

Er zijn ondanks dit enkele uitspraken gedaan door geleerden die blijk geven dat het niet toegestaan zou zijn. Hierop heeft de sheikh al-islam Sh. Jalaluddin al-Suyuti een verduidelijkend onderzoek gepresenteerd (zie link hieronder) waarom een zulks standpunt verkeerd is.

Husn al-Maqasid – Sh. Jalalulddin al-Suyuti rh.

De schriftgeleerde sh Ahmad Rida Khan rh. schrijft voorts in een Risalah over de Qiyam ter ere van de Profeet, en beantwoordt een bezwaar:
 
The opinion that the Mawlid isn’t allowed? Or that it is a valid view to deem it as bad?
 
أما الحکم بحرمۃ ذٰلک التعظیم ومما نعتہ بدلیل عدم ذکرہ بالخصوص فی السنۃ فھو فاسد عند جمہور المحققین قال فی عین العلم والأسرار بالمساعدۃ فیمالم ینہ عنہ وصار معتادا بعد عصرھم حسنۃ وإن کان بدعۃ۲؎ إلخ اقول: والدلیل علٰی ھذا ماروی ابن مسعودرضی اﷲ تعالٰی عنہ مرفوعاً وموقوفاً ماراٰہ المسلمون حسنًا فھو عنداﷲ حسن۳؎
Regarding the Hukm that it is Haram or not allowed to perform acts in reverence to the Mawlid, solely because its not specifically mentioned in Ahadith, this stance is Fasid according the overall majority of the Muhaqqiqin. It’s mentioned in Ain Al Ilm that those things which were not present in the time of the Salaf but was practised by by the latter ones, if in accordance to it they experience joy and pleasure (like showing love and affection towards the greatest blessing Muhammad in these way) it is better even if it is Bid’ah… I say, the evidence for this is the Hadith which was narrated by Sayyiduna Abdullah b. Masud from the Holy Prophet ﷺ Marfu-an and Mawqufan: whatever the Muslim Ummah deem correct, is also correct in the court of Allah Al Mighty.
 
(۲؎ عین العلم الباب التاسع فی الصمت واٰفات اللسان امرت پریس لاہور ص۴۱۲)(۳؎ المستدرک للحاکم کتاب معرفۃ الصحابۃ دارالفکربیروت ۳/ ۷۸)
—-
فالمنکر لھذا مبتدع بدعۃ سیئۃ مذمومۃ لإنکارہ علی شیئ حسن عند اﷲ والمسلمین کماجاء فی حدیث ابن مسعود رضی اﷲ تعالٰی عنہ قال ماراٰہ المسلمون حسنا فھو عنداﷲ حسن والمراد من المسلمین ھٰھنا الذین کملوا الإسلام کالعلماء العالمین وعلماء العرب والمصروالشام والروم والأندلس کلھم رواہ حسنا من زمان السلف إلی الاٰن فصارالإجماع والأمرالذی ثبت بہ إجماع الأمۃ فھو حق لیس بضلال قال رسول اﷲ صلی اﷲ تعالٰی علیہ وسلم لاتجتمع أمتی علی الضلالۃ فعلی حاکم الشرع تعزیرالمنکر۔ واﷲ تعالٰی أعلم۔۱؎ روضۃ النعیم
 
…Regarding the gathering and Qiyam of the Mawlid, all the Ulama of Arab, Misr, Sham, Rum, Andalusia regarded it is Mustahsan, what results in the Idjma, and anything on which there has been an Idjmaa of the Ummah can’t be regarded as misguidance….
 
Regarding decorating the place
الحمدﷲ وکفٰی والصلٰوۃ علی المصطفٰی نعم ذکرولادۃ النبی صلی اﷲ تعالٰی علیہ وسلم ومعجزۃ وحلیۃ والحضور لسماعہ وتزیین المکان ورش ماء الورد والبخور بالعود تعین الیوم والقیام عند ذکرولادتہ صلی اﷲ تعالٰی علیہ وسلم واطعام الطعام وتقسیم التمروقرائۃ شیئ من القراٰن کلھا مستحبۃ بلاشک وریب واﷲ تعالٰی اعلم بالغیب۔۱؎
 
For further details please read
عقدالجوھر فی مولدالنبی الازھر للبرزنجی
اقامۃ القیامۃ علٰی طاعن القیام لنبی تہامۃ
blank

Vraag:

Is het toegestaan ​​om de geboorte van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) te vieren of is dit een slechte innovatie (slechte Bid’ah)? Als het is toegestaan, hoe mag dit gevierd worden?

Antwoord:

Het herdenken van de geboorte van de Profeet is een van de beste daden en een daad die ons dichter bij Allah brengt. Dit komt omdat het een uiting is van onze vreugde en liefde voor hem , welke tot een van de principes behoort van het geloof. De Profeet zei:

“Niemand van jullie zal [volmaakt zijn in zijn] geloven totdat ik hem dierbaarder ben dan zijn vader, zoon en de hele mensheid” (Bukhari).

Het vieren van de verjaardag van de Profeet is een teken van dat we hem respecteren en eren. Hij is een grote zegen die gezonden werd naar de wereld is en voorzeker is er geen bezwaar dit te herdenken als gunst van Allah. De nobele Profeet heeft ons zelf de aanbevolen om Allah te danken voor de Profeets geboorte. Abu Qatadah (moge Allah tevreden met hem zijn) heeft overgeleverd dat de Profeet placht te vasten op maandag. Hij zei:

“Op deze dag ben ik geboren” (muslim).

De vasten is een manier van dankbaarheid uiten jegens de gunst van Allah, namelijk de komst van de nobele profeet die gezonden was met de Quran, met rechtleiding, het beëindigen van onrecht jegens vrouwen, zwarte personen, slaven en vele ontelbare gunsten die de gemeenschap heeft ontvangen. Het is daarom meer dan gepast om het voorbeeld van de profeet te volgen door Allah te danken voor Zijn gunst met alle middelen die we beschikken.

Toegestane vormen van het vieren van de geboorte van de Profeet zijn bijvoorbeeld:

  • Het samenkomen om kennis te vergaren over zijn nobele leven (Seerah), Quran-educatie, Aqidah, het uitdelen van boeken etc.
  • Het samenkomen om dhikr (aanroepingen) te doen, lofprijzingen (Anasheed) om de Profeet te prijzen.
  • Het houden van liefdadigheidsbanketten voor de armen en wezen, om zo onze liefde te betuigen aan de geliefde Profeet Muhammad .

Onze vrome voorgangers en geleerden vierden zelf de geboorte van de profeet . Het is namelijk sinds de 4e en 5e eeuw dat onze vrome voorgangers de geboortedag van de Profeet hebben gevierd op de manier die we eerder hebben beschreven. Bovendien noemden veel geleerden en imams de toelaatbaarheid van deze vorm van viering in hun boeken. Deze omvatten:

  • Abu Shama al-Maqdisi (de Sheikh van imam al-Nawawi). – Ibn al-Hajj in al-Madkhal.
  • Ibn Hajar (de commentator van al-Bukhari).
  • al-Jalal al-Suyuti in een aparte boek genaamd The Excellence of the Goals of Commemorating the Birth [of the Prophet].

En Allah weet het het beste.

Opmerking: Deze Fatwa van Al-Azhar is licht aangepast met een aantal toevoegingen die legaal zijn in het licht van de islamtische wetgeving. al-Husayn

blank

Vraag:

Is het toegestaan om snoepgoed en lekkernij te kopen (en uit te delen) ter gelegenheid van de geboorte van de profeet (Mawlid)?

Antwoord:

Het is toegestaan om bij deze gelegenheid snoepgoed en lekkernij te kopen en uit te delen, aangezien er geen specifiek bewijs is dat dit verboden is, of toegestaan is. Sterker nog, het is niet alleen toegestaan, maar het wordt ook aanbevolen als het wordt gedaan met de intentie om de gezinsleden te behagen of de familiebanden te onderhouden. Het is dan een zaak waarvoor men beloond wordt. Het verbieden of tegenhouden van deze daad is een extreme houding.

En Allah weet het het beste.

Gerelateerde post

blank
Algemeen

Korte biografie van de Profeet Muhammad

De Profeet Muhammad ﷺ, één der meest besproken personen van dit moment. Wie was hij? Wie waren zijn verwanten? Hoe was hij van karakter? Hoe zag hij eruit? Wat waren zijn wonderen? In dit artikel wordt u een extract gepresenteerd van het leven van de geliefde Profeet Muhammad. Het bevat daarnaast vele links naar andere

Lees verder »
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Children of my wife from her previous marriage

blank
Question Are the children of my wife from her previous marriage considered strangers to me?
Answer Whoever told you this has no idea of what he is talking about. The children of your second wife hold a special status in relation to you. If you read the Quranic verse 23 of Surah 4 which lists the women a man may not marry, you will find that a man may not marry his wife’s daughter from another marriage once he has consummated the marriage with her mother. In other words, if you have consummated your marriage to your second wife, you are prohibited from ever marrying her daughter; you cannot marry her even if you divorce your second wife or if she dies. The case of your wife’s son is different because he is not related to you or to your first wife in any way. He is a stranger to your first wife and will remain so. And God Almighty knows best.
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email
blank

Je ontvangt het direct in je mail !


    Heb even geduld het kan een tel duren.
    Je gegevens zijn veilig en je kunt je te allen tijde afmelden.