Jouw plek om kundig te worden in de Qur’ān.

Alhusayn logo voor de Quran islam Tajwid

De Isra en Miraj van de Profeet Muhammad

Inhoudsopgave

Het wonder van de nachtelijke reis van de Profeet Muhammed ﷺ

“Rein van elke tekortkoming is Hij, die Zijn dienaar (‘Abd) in een gedeelte van de nacht een reis liet maken van de heilige moskee naar de Aqsa moskee; waarvan Wij de omgeving gezegend hebben om hem iets van Onze tekenen te tonen. Voorzeker Hij is de alhorende, de alziende.” [al-Isra: 1].

 

Inleiding

Elk jaar op 27 Rajab herdenken moslims over de hele wereld een van de belangrijkste en meest unieke gebeurtenissen van de islamitische geschiedenis, bekend als al-Israa’ en al-Mi’raj. Het is de nachtelijke reis van de Profeet ﷺ  van Mekka naar de al-Aqsa-moskee te Jeruzalem (al-Israa’) en vanaf het laatsgenoemde begon hij ﷺ aan het tweede deel van de reis naar de hemel (al-Mi’raj). Moslims beschouwen deze reis als een wonder van Allah, die exclusief is verleend aan de Profeet Muhammed ﷺ. Deze reis staat in teken van het hoogtepunt van zijn spirituele reis die culmineerde in het ultieme geschenk, de ontmoeting en conversatie met Allah de Almachtige.

Achtergrond

Zoals met alle andere profeten[1] die vóór hem waren gezonden, werd de Profeet Muhammed ﷺ zwaar op de proef gesteld. Gedurende het grootste deel van zijn missie werd hij ﷺ geconfronteerd met grote tegenstand en vijandschap in zijn taak van het Profeetschap. Hij werd belasterd en aangevallen door koppige en trotse ongelovigen. De roep van de Profeet Muhammed ﷺ was om de afgodenaanbidding op te geven en zich tot de Enige Ware God te wenden. Met het groeiend aantal volgelingen, welke alleen toenam ondanks de vervolging en meedogenloze marteling door de polytheisten, raakten de afgodendienaars van Quraysh en hun bondgenoten verontrust. Ze zochten hierop een nieuwe strategie om de moslims te vervolgen. Ze sloten een pact om alle sociale en commerciële betrekkingen met de moslims te boycotten en te verbreken. Zo ook met de Banu Hashim en Banu Abdul Muttalib omdat die weigerden hun traditie van bescherming met één van hun eigen op te geven. Maar de drie jaar durende blokkade bleek contraproductief te zijn, want het versterkte alleen het geloof van de geliefde Profeet ﷺ en maakte zijn volgelingen nog vastberadener om hem te beschermen tegen de aanvallen van de polytheisten.

Het overlijden van zijn geliefden

Een paar maanden nadat de boycot was opgeheven, vonden er twee tragedies plaats die de problemen van Profeet Muhammad ﷺ  nog groter zouden maken en zijn geloof en geduld nog zwaarder op de proef zouden stellen. Vrouwe Khadijah[2], de trouwe vrouw van de Profeet ﷺ, die hem steunde met haar liefde, goedheid en sterk geloof, kwam te overlijden. Met haar overlijden verloor de Profeet Muhammed ﷺ zijn enige bron van troost en geruststelling tegen de zware lasten van zijn zaak. Kort voor dit trieste incident stierf zijn oom, Abu Talib[3], die hem zo liefdevol had opgevoed en beschermd tijdens zijn missie. Er werd overgeleverd dat hij over deze tijd zei:

“De Quraysh heeft me nooit zoveel kwaad gedaan als na de dood van Abu Talib.”

Nu Abu Talib weg was, was het een geschikt moment voor de Quraysh om hun aanvallen op de Profeet ﷺ en zijn volgelingen te intensiveren. Maar zijn geloof was onwankelbaar en zijn overtuiging dat Allah hem de uiteindelijke overwinning zou schenken, wankelde nooit. Telkens wanneer hij zijn dochter Fatima, zag huilen om de beledigingen en het kwaad dat hij moest doorstaan, zei hij tegen haar:

“Huil niet, O Fatima! Je vader heeft Allah als zijn beschermer.”

Het incident bij Taif

Verpletterd onder het kwaadwillend gedrag van de Quraysh en uitzichtloos om ze te veranderen, besloot de nobele Profeet ﷺ de steun van andere stammen te vragen en zijn geloof elders te prediken. Zonder de opdracht van God reisde hij alleen naar de stad Taif waar, naar hij hoopte, de islam zou worden aanvaard. Daar benaderde hij de stamoudsten en nodigde hen uit tot de islam; maar ze wezen hem af. Het stopte daar niet bij; ze spoorden de mensen aan om hem met stenen te bekogelen en hem de stad uit te jagen. Beschaamd, uitgeput en bloedend verliet de Profeet Muhammed ﷺ de stad en zocht onderdak bij een muur. Hij hief zijn handen naar de hemel en bad tot Allah, zeggende:

“O Allah! Bij U klaag ik over mijn zwakheid en over mijn gebrek aan middelen en de vernedering die ik heb ontvangen. O, meest Barmhartige en Barmhartige! U bent de Heer van de onderdrukten en U bent mijn Heer … Ik geef nergens om, behalve Uw Tevredenheid. Ik zoek mijn toevlucht bij Uw licht welk alle duisternis verlicht… ik bid dat ik nooit Uw toorn en ongenoegen op de hals mag halen… Er is geen kracht of macht behalve die van U.’

De beloning die te wachten stond

Het leek alsof alle deuren voor hem gesloten waren. Maar de nobele Profeet ﷺ toonde een onwankelbaar geloof in Allah, geduld en doorzettingsvermogen tegenover brutaal misbruik en onderdrukking door de vijanden. Hij was de levende belichaming van de woorden van Allah waarin Hij vermeldt:

وَٱصْبِرْ فَإِنَّ ٱللَّهَ لَا يُضِيعُ أَجْرَ ٱلْمُحْسِنِينَ

“En wees geduldig, want waarlijk, Allah zal de beloning van de weldoeners niet verloren doen gaan.” [11: 115].

Wat was deze beloofde beloning waar Allah over bericht? Het is de beloning van de Israa’ en Mi’raj, de beloning voor het geduld en standvastigheid die de nobele Profeet ﷺ toonde tegen de immense brutaliteit, wreedheid, vernedering en immense verdriet die hij onderging, maar ondanks alles bleef houden van Allah, onwankelbaar bleef vertrouwen op Hem en doorging met zijn missie. Het is een beloning welke geen ander Profeet voor hem heeft kunnen evenaren, een wonder waarin de Profeet ﷺ zag wat geen schepping ooit voor hem heeft kunnen aanschouwen: het Goddelijke Aanzicht van Allah!

Al-Israa’ en al-Mi’raj

De reis van al-Israa’ en Mi’raj vond plaats ongeveer een jaar voor de migratie van de Profeet ﷺ naar Medina. In de Quran wordt de gebeurtenis slechts kort genoemd. Het eerste vers van hoofdstuk 17 verwijst naar de eerste fase van de reis; Allah de Almachtige zegt:

سُبْحَانَ الَّذِي أَسْرَىٰ بِعَبْدِهِ لَيْلًا مِّنَ الْمَسْجِدِ الْحَرَامِ إِلَى الْمَسْجِدِ الْأَقْصَى الَّذِي بَارَكْنَا حَوْلَهُ لِنُرِيَهُ مِنْ آيَاتِنَا  ۚ  إِنَّهُ هُوَ السَّمِيعُ الْبَصِيرُ

“Rein van elke tekortkoming is Hij, die Zijn dienaar (‘Abd) in een gedeelte van de nacht een reis liet maken van de heilige moskee naar de Aqsa moskee; waarvan Wij de omgeving gezegend hebben om hem iets van Onze tekenen te tonen. Voorzeker Hij is de alhorende, de alziende.” [al-Isra: 1].

Geleerden zijn het erover eens dat de Mi’raj, de tweede fase van de reis, het onderwerp is van de volgende verzen van hoofdstuk Al-Najm:

وَلَقَدْ رَءَاهُ نَزْلَةً أُخْرَىٰ – عِندَ سِدْرَةِ ٱلْمُنتَهَىٰ – عِندَهَا جَنَّةُ ٱلْمَأْوَىٰٓ – إِذْ يَغْشَى ٱلسِّدْرَةَ مَا يَغْشَىٰ – مَا زَاغَ ٱلْبَصَرُ وَمَا طَغَىٰ – لَقَدْ رَأَىٰ مِنْ ءَايَٰتِ رَبِّهِ ٱلْكُبْرَىٰٓ ‎-

“En voorzeker, hij zag het spektakel nogmaals, bij de lotusboom van de eindbestemming. Vlakbij de tuin van de [hemelse] verblijfplaats. Toen de lotusboom verhuld werd met wat hem verhulde. Zijn zicht week niet, noch passeerde het zijn grens. Voorzeker zag hij de grootste tekenen van zijn Heer.” [al-Najm 13-18]

De details omtrent de Israa’

De details van de reis van de Profeet ﷺ zijn te vinden in de enorme hoeveelheid aan hadith- en sirah-literatuur. De exacte details verschillen van de ene tekst naar de andere. Er is derhalve een verschil van mening onder geleerden over verschillende punten van het verhaal, zoals bijvoorbeeld waar de Profeet ﷺ verbleef toen hij bezocht werd door de aartsengel Jibril, waar hem de bekers met melk en wijn werden aangeboden, en waar het splijten van de borstkas plaatsvond. Alle beschrijvingen van het voorval zijn het er echter over eens dat de Engel Jibril de Profeet Muhammed ﷺ uit zijn slaap wekte en hem naar de Buraq leidde die hem naar zijn reis brengt.

De Buraq is een witte rijdier, kleiner dan een muilezel maar groter dan een ezel. De Buraq draagt de nobele Profeet ﷺ naar de ‘Verste Moskee’, namelijk de Al-Aqsa Moskee te Jeruzalem. Op een gegeven moment splijt Jibril de borst van de Profeet ﷺ open, verwijdert zijn hart en wast het met Zamzam-water. Vervolgens brengt hij een vat gemaakt van goud welke wijsheid en geloof bevat, welke hij leegt in het hart van de Profeet ﷺ en vervolgens zijn borst sluit. De nobele Profeet ﷺ krijgt twee bekers aangeboden waaruit hij kan drinken, de ene met melk en de andere met wijn. De Profeet ﷺ kiest ervoor om de melk te drinken. Sayyiduna Jibril zegt tegen hem:

“Alle lof zij Allah Die u naar de fitrah (het juiste pad) heeft geleid” [Bukhari].

Met Djibriel als zijn metgezel vertrekt de Profeet ﷺ op de Buraq met een fenomenale snelheid naar de Al-Aqsa Moskee waar hij de Profeten Abraham, Mozes en Jezus aantreft, te midden van een groep Profeten die verzameld is en hem opwacht. De oproep tot gebed wordt dan gedaan en de Profeet ﷺ wordt uitgenodigd om hen in het gebed te leiden. Dit deel van de reis, de Israa’, vertegenwoordigt de horizontale reis van de Profeet ﷺ door de zichtbare fysieke wereld. Het onderscheidt zich van de Mi’raj en dient als een introductie ervoor.

De Israa’ bevatte dus rituelen ter initiatie. De heiliging en reiniging[4] van de Profeet ﷺ bij het splijten van zijn borst, was een noodzakelijke voorbereiding op zijn hemelvaart. Het bereidde hem voor op de reis naar een andere dimensie voorbij tijd en ruimte en opende zijn hart voor wat hij zou aanschouwen en ervaren. Maar sterker nog, het bereidde hem voor op het wonderbaarlijke hoogtepunt van zijn reis: de ontmoeting met zijn Heer!

De Israa’ is daarnaast ook belangrijk om twee andere punt aan te duiden. Ten eerste, het toont overduidelijk de Genade en Gunst van Allah aan de Profeet ﷺ. Allah verkoos namelijk hem boven alle anderen om de profeten en boodschappers in het gebed te leiden, en bevestigt daarmee zijn superieure status boven de overige Profeten – vrede zij met hen. Ten tweede, verklaart dit de universaliteit van de islam en bevestigt dat de Profeet ﷺ het zegel is van alle andere boodschappers en Profeten inclusief de Goddelijke wetten.

De details omtrent de Mi’raj

Het volgende deel van de reis betreft één door de hemelen. Tijdens deze reis zijn de natuurwetten zoals het concept van tijd en ruimte zoals we die kennen niet meer van toepassing en gaat alles wat de Profeet ﷺ ervaart en ziet het menselijk bevattingsvermogen te boven. Bij elk van de zeven hemelen ontmoet de Profeet ﷺ, in gezelschap van de Engel Jibril, een poort en een wachter. Bij de poort van de laagste hemel vraagt de Engel Jibril de poortwachter om de poort te openen.

De poortwachter vraagt: “Wie is het?”

“Het is Jibril”, antwoordt hij.

De poortwachter zegt: “Wie vergezelt u?”

Jibril zegt: “Het is Muhammed.”

De poortwachter zegt dan: “Is hij geroepen?”

Jibril zegt: “Ja.”

De poortwachter zegt: ‘Hij is welkom. Wat een voortreffelijk bezoek is dit!”

Wanneer de Profeet Muhammad ﷺ en zijn metgezel verder omhoog reizen naar de andere niveaus van de hemelen, worden dezelfde vragen gesteld door de poortwachter en wordt hetzelfde antwoord gegeven.

Ontmoeting met de Profeten

In elke hemel ontmoet de Profeet Muhammad ﷺ een Profeet. In de eerste hemel ontmoet hij Profeet Adam, de vader van de mensheid. De Profeet ﷺ begroet Adam met de groeten van vrede. Opgetogen om de meest verheven onder zijn nakomelingen te zien, antwoordt Profeet Adam: “Welkom mijn zoon, welkom O Profeet van Allah!” Jibril neemt de Profeet ﷺ vervolgens mee naar de andere hemelen waar hij de Profeten Jezus en Yahya in de tweede hemel ontmoet; Yusuf in de derde hemel; Idris in de vierde hemel; Harun in de vijfde hemel; Musa in de zesde hemel; en ten slotte Ibrahim, de vader van de profeten in de zevende hemel. In elke hemel begroet de Profeet Muhammed ﷺ de Profeet die erin vertoeft met vredesgroeten en hij wordt terug begroet met: “Welkom, beste broeder, welkom O Profeet van Allah!”

De Bayt al-Ma’moor, de hemel- en helbewoners

Tijdens deze hemelse reis ziet de Profeet Muhammed ﷺ verschillende tekenen van Allah. Hij krijgt Bayt al-Ma’moor (de Qiblah van de engelen) te zien welke boven de Ka’bah is, en scènes uit het paradijs en de hel. In de hel aanschouwt hij mensen die gemarteld worden voor zonden zoals ontucht, woeker, roddel en het stelen van de wezen. In het paradijs ziet de Profeet ﷺ mensen genieten van de hemelse beloningen die Allah hun heeft beloofd als beloning voor hun geloof en goede daden. De wonderen die hij in het paradijs ziet, gaan verder dan “wat het oog ooit heeft gezien, wat het oor ooit heeft gehoord en wat het verstand ooit heeft kunnen voorstellen.”

De Lotus-boom

De Engel Jibril begeleidt vervolgens de Profeet ﷺ naar zijn volgende bestemming door de zevende hemel tot aan de uiterste grens namelijk de Sidrah al-Muntaha (de Lotus-boom). Deze boom is zo enorm waarvan de vruchten zo groot zijn als kruiken en de bladeren zo groot als olifantenoren. Van onder de boom ziet hij ﷺ vier rivieren vandaan stromen, twee zichtbare en twee verborgen. De Profeet ﷺ vraagt: “Wat zijn deze, O Jibril? Hij antwoordt: “Wat de verborgenen betreft, het zijn twee rivieren van het Paradijs. De zichtbare zijn de Nijl en de Eufraat.”

Bij de Sidrah al-Muntaha vraagt de Engel Jibril aan de Profeet Muhammed ﷺ om alleen verder te gaan. Niemand van de schepping is ooit voorbij de Sidrah al-Muntaha gegaan, want daarachter ligt de troon van Allah de Almachtige. De Profeet Muhammed ﷺ  gaat alleen verder en bereikt het hoogtepunt van zijn reis. Hij staat in de aanwezigheid van Allah de Almachtige op een afstand van “twee booglengtes of zelfs dichterbij.”[5]

Het gebed als geschenk

We hebben niet de exacte details van de uitwisseling die plaatsvond tussen Allah en Zijn geliefde Profeet ﷺ. Wat we echter wel weten, is dat Allah tijdens deze ontmoeting de Profeet Muhammed ﷺ en zijn natie de opdracht gaf tot gebed, welke de hoeksteen is van de islam na het monotheïsme. Allah vertelt hem: “Ik heb jou en je gemeenschap een religieuze plicht opgelegd van vijftig gebeden elke dag en elke nacht.”

De verlichting als gunst

Bij zijn afdaling door de hemelen ontmoet de Profeet Muhammed ﷺ  Profeet Musa nogmaals. Profeet Musa vraagt hem ﷺ naar de opdracht die hij van zijn Heer heeft mogen ontvangen. Wanneer Musa verneemt over het aantal gebeden dat de gemeenschap van de Profeet Muhammed ﷺ is opgelegd, adviseert hij hem om terug te gaan en Allah te verzoeken om het aantal te verminderen. De Profeet ﷺ haast zich terug tot hij de Boom bereikt en vraagt Allah om de last van zijn gemeenschap te verlichten. Allah willigt het verzoek van Zijn geliefde Profeet ﷺ in en vermindert het aantal gebeden. Wanneer de Profeet ﷺ terugkeert naar Musa en hem informeert over wat er is gebeurd, wordt hem opnieuw geadviseerd om terug te keren naar zijn Heer om een verdere vermindering. De Profeet ﷺ blijft zo heen en weer gaan tussen Musa en zijn Heer totdat Allah het aantal reduceert tot de bekende vijf dagelijkse gebeden, waarbij elke gebed telt als tien.

De terugkeer naar Makkah en de schok van de mensen

De reis van de Profeet Muhammed ﷺ door de hemelen komt tot een einde. Hij daalt van de hemel af naar Jeruzalem, ontstijgt de Buraq, bestijgt het zadel en gaat terug naar Mekka. De Profeet ﷺ verspilt geen tijd om de mensen te informeren over zijn wonderbaarlijke reis en ontmoeting met Allah in de hoop de harten van de afgodendienaars voor Allah te winnen. De volgende ochtend vertelt hij dus direct over zijn reis aan de inwoners van Mekka. Hij wordt meteen belachelijk gemaakt en beschuldigd van het verkondigen van leugens. Om de juistheid van zijn beweringen te testen, vragen de mensen hem om de Al-Aqsa-moskee te beschrijven. De Profeet ﷺ beschrijft hierop de Al-Aqsa moskee tot in de details, wat in hun ogen onmogelijk zou moeten zijn voor iemand die het Arabische schiereiland nooit heeft verlaten, aldus dat dachten ze. De Profeet ﷺ toonde hiermee aan dat hij daadwerkelijk de Al-Aqsa moskee heeft bezocht. Ze vragen hem om de caravans te beschrijven die hij onderweg heeft gezien, en hij zegt: “Ik zag de caravan van die-en-die. Ze hadden een van hun kamelen verloren en waren ernaar op zoek.” Ondanks alle details die getuigen van zijn waarheid, bleven de afgodendienaars hem bespotten voor zijn verhaal en beschuldigen hem van liegen en waanzin.

De wijze lessen eruit

De Israa’ en Mi’raj van de Profeet ﷺ waren zonder twijfel een van de meest wonderbaarlijke ervaringen van de nobele Profeet ﷺ. De passage van Mekka naar Jeruzalem en vervolgens naar de hemel, de communicatie tussen de natuurlijke en de spirituele orde, en het vertoeven in de aanwezigheid van het goddelijke was de grootste en meest bijzondere gebeurtenis in de missie van de Profeet ﷺ, maar sterker nog van de hele geschiedenis van de islam. Het was een exclusief geschenk van Allah aan Zijn geliefde Profeet ﷺ als steun in een tijd toen hij overweldigd werd door teleurstellingen. Maar het was ook om zijn verheven status te tonen aan hemzelf en aan de rest van de creatie. Het diende om hem eraan te herinneren dat Allah hem niet in de steek heeft gelaten, maar dat Hij hem vanui de hele schepping heeft verkozen als de meest geliefde Dienaar, om hem de hemelse en goddelijke mysteries te openbaren.

De Israa’ en Mi’raj, alhoewel exclusief voor de Profeet Muhammed ﷺ, komen in de islam ook terug in andere vormen. Het is daarom voor moslims mogelijk om de reis te ervaren en deel te nemen aan de spirituele zegeningen en gunsten. De reis kan daarom voor ons als voorbeeld dienen waarin wij als reizigers, deze wereld richting de werderopstanding afreizen.

Onze eigen spirituele reis in deze wereld naar de volgende kan worden gezien als een afspiegeling van de Israa’ en Mi’raj. We hoeven echter niet door ruimte en tijd te reizen om de om de nabijheid van Allah te ervaren of om Zijn tekenen te zien. Zijn tekenen zijn overal voor degenen die nadenken. Alah vermeldt:

وَيُرِيكُمْ ءَايَٰتِهِۦ

“En Hij toont je Zijn tekenen…” [Quran 40:81], en

سَيُرِيكُمْ ءَايَٰتِهِۦ

“En zegt: “Geprezen zij Allah, Die u spoedig Zijn tekenen zal tonen” [Quran 27:93].

Allah nodigt op vele plaatsen in de Quran ons uit om over Zijn tekenen na te denken. Degenen die aandachtig observeren en overpeinzen, kunnen zien dat het universum vol zit met indicaties van het Bestaan van Allah en getuigen van Zijn waarheid. Sommige van deze tekenen ervaren we elke dag, deze worden opgesomd in de volgende woorden van Allah:

“Hij is het die regen uit de hemel laat neerdalen. Daaruit hebben jullie drinken, en daaruit (groeit) de bomen waarop jullie je vee mee voeden. Hiermee produceert Hij voor jullie landbouwgewassen, olijven, dadels, druiven en alle soorten fruit. Voorwaar, hierin is een teken voor een volk dat nadenkt. Hij heeft de nacht en de dag aan jullie dienstbaar gemaakt; de zon en de maan; en de sterren zijn onderworpen aan Zijn Bevel. Hierin zijn er zeker tekenen voor mensen die verstandig zijn. En de dingen die Hij in de aarde heeft geschapen van verschillende kleuren (en kwaliteiten); zeker bevindt er hierin een teken voor mensen die herdenken. Hij is het Die de zee voor jullie dienstbaar heeft gemaakt, opdat jullie daarvan vers vlees kunnen eten, en sieraden uit halen welke jullie dragen; en je ziet de schepen haar doorklieven, opdat jullie Allahs Gunst zoeken en dankbaar mochten zijn. En Hij heeft in de aarde ankers (bergen) geplaatst, zodat zij met jullie niet beven; en ook rivieren en paden zodat jullie geleid zouden worden; en herkennigspunten; en door de sterren worden zij geleid. Is dan Hij Die schept zoals (gelijk aan) iemand die niet schept? Laten jullie je niet vermanen? Als jullie de gunsten van Allah zouden tellen, dan zouden jullie het niet kunnen opsommen. Voorzeker is Allah Meest Vergevend, Meest Barmhartig.” [Quran 16: 10-18].

De Israa’ begon bij de Heilige Moskee met bepaalde inwijdingceremonies. Het hart van de Profeet Muhammed ﷺ werd gewassen, gezuiverd en gevuld met wijsheid en geloof ter voorbereiding op de ontmoeting met Allah de Almachtige. Evenzo dienen moslims die de aanwezigheid van Allah willen ervaren, hun hart zuiveren, inzetten voor de zaak van Allah, oprecht weerstand bieden tegen alle verleidingen, standvastig zijn in momenten van leed en in zulke momenten van beproeving geloof tonen. Allah de Almachtige vermeldt:

“Toen verhoorde hun Heer hen: “Voorzeker laat ik het werk van iemand van jullie die (goed) doet niet verloren gaan, of het nu een man is of een vrouw. Jullie horen bijelkaar. Zij die migreerden, uit hun huizen zijn verdreven en tegenspoed hebben geleden op Mijn Weg, gestreden hebben of gedood zijn; voorwaar, Ik zal hun zondes uitwissen en hen toelaten in Tuinen waaronder rivieren stromen. Een beloning van Allah. En alleen bij Allah is de beste beloning” [Quran 3:195].

Het zijn deze dienaren van Allah die in het paradijs zullen verblijven, hun gezichten stralend “kijkend naar hun Heer” [Quran 75: 23].

Jarir Ibn Abdullah heeft overgeleverd: “De Profeet kwam naar ons toe op een nacht met volle maan en zei: ‘Je zult je Heer zien op de Dag der Opstanding zoals je deze (volle maan) ziet.’”[Bukhari].

Zuiver van hart zijn en standvastig in geloof zijn, vertegenwoordigen daarom onze eigen Mi’raj naar onze Heer, de Schepper.

Dit betekent echter niet dat een moslim die werkelijk in de aanwezigheid van zijn Heer wil komen en met Hem wil communiceren, deze schitterende beloning in het hiernamaals moet afwachten. Elke moslim kan de nabijheid van Allah bereiken door middel van gebed. Allah de Almachtige zegt:

“En wanneer Mijn dienaren jou over Mij vragen; voorzeker Ik ben nabij.” [Quran 2: 186].

En de Profeet ﷺ vermeldde:

“Als iemand van jullie in gebed staat, is hij in communicatie met zijn Heer, dus laat hem aandacht schenken aan hoe hij tot Hem spreekt” [Bukhari].

Het feit dat de Profeet Muhammed ﷺ de profeten en boodschappers van Allah in gebed leidde, toont twee dingen aan. Ten eerste dat alle profeten en boodschappers door Allah zijn gestuurd. We moeten daarom in hen allemaal geloven en ze respecteren. Ten tweede is de boodschap waarmee de Profeet ﷺ kwam, de islam, de laatste van alle hemelse religies en de universele religie waaraan alle mensen zich moeten onderwerpen tot de Dag der Opstanding.

Slotwoord

De Israa’ en Mi’raj houden daarom veel meer in dan slechts een reis, ze betekenen beiden iets speciaals. Die betekenissen zijn niet alleen relevant voor de Profeet ﷺ, maar voor alle moslims en gelovigen. In de tijd van de Profeet ﷺ bracht de boodschap van de reis blijde tijdingen aan de gelovigen en versterkte hun in hun geloof. Dit is waarom moslims bij het herdenken van deze gelegenheid opgedragen worden te herinneren dat de Israa’ en Mi’raj een innerlijke reis betekent naar het diepst van ons hart, op zoek naar Allah de Almachtige. Hierdoor zullen wij in staat zijn onze reis te vervolgen naar het eeuwige geluk van het paradijs tot de Goddelijke ontmoeting met onze Heer.

[1] Vrede en zegeningen zij met de Profeten. We vragen de lezer vriendelijk wanneer de namen van de Profeten zijn genoemd in jezelf de vrede op hen te sturen. We zullen vanwege het leesgemak dit niet op elke plek herhalen. Het is Wajib om minimaal één keer de Salawaat op de Profeet ﷺ gestuurd te hebben wanneer veelvuldig zijn naam genoemd wordt.

[2] Moge Allah tevreden zijn met haar.

[3] Er is onenigheid onder de geleerden omtrent zijn staat van geloof tijdens het overlijden.

[4] Dit houdt niet in dat de Profeet ﷺ onrein is, maar was gedaan om hem gereed te maken voor de hemelse aanschouwing.

[5] Volgens de islam is God niet onderheven aan plaats, richting of tijd. Er is dus geen sprake van een afstand zoals twee lichaamsobjecten dat hebben. Allah en de Profeet ﷺ weten beter wat er in de vers bedoeld wordt.

Andere artikelen

Antwoord op de bezwaren van de sceptici die de Israa’ en Mi’raj ontkennen.

Was de Isra en Miraj van de Profeet een hallucinatie?

 

Mag je volgens de islam deze grootse gebeurtenis van de Profeet ﷺ herdenken op de 27ste van Rajab? Hoe dit is bewezen vanuit de wetgeving? Lees het artikel: 

Het herdenken van de nacht- en hemelreis in Rajab

 

Boek: De hemelreis voor jongeren en volwassenen

Leer meer over de wonderbaarlijke reis van onze Profeet Muhammad ﷺ. Het is gebaseerd op het werk van de grote Maliki geleerde Al-Sayyid Muhammad Ibn ‘Alawi al-Maliki rh. Met plaatjes en opdrachten leren kinderen, jongeren en een apart boek voor volwassenen over de Isra en Miraj. Het laatstgenoemde is de vertaling van het werk: al-Anwar al-Bahiyyah fi Israa wal Miraj Khayr al-Bariyyah. Opgesteld en vertaald door Hafiz Reza Nanhekhan.

*Vul je gegevens in en je ontvangt de Isra en Miraj boek voor jong en oud

 

Je gebed goed leren uitvoeren?

Het gebed is de Miraj van de gelovige. Wil je leren hoe je correct het gebed volgens de Sunnah moet uitvoeren? Op laagdrempelige manier zul je met plaatjes stap voor stap leren hoe je het gebed uitvoert en wat je moet lezen. Daarnaast worden de regels van het gebed uitvoerig behandeld. Je krijgt ook handige tips die je helpen bij het gebed. Tijdelijk krijg je het audioboek er gratis bij.
Bekijk >>>

 
Bekijk
Quran-instituut al-Husayn
Quran-instituut al-Husayn
De artikelen en bijdragen van al-Husayn staan onder toezicht van de schriftgeleerden en medewerkers die uitmaken van het team. Voor een volledige beschrijving van het team zie de pagina team. De theologische artikelen zijn afkomstig van de Dar al-Ifta van Al-Azhar of andere betrouwbare bronnen die eerst nagekeken zijn door het team en vervolgens geplaatst op de website.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Help mee

Met je Zakah of Sadaqah help je ons zulke artikelen en lessen voor de islam te maken. Studenten leren hierdoor gratis mee.

Doneren voor de Quran omdat we ANBI zijn

Omdat al-Husayn door de belastingdienst ANBI is gekeurd, kun je een groot deel van je Zakah en Sadaqah terugkrijgen. Wanneer je dit doet met een overeenkomst kun je meer terugkrijgen.

…meld je aan en blijf op de hoogte van onze artikelen en boeken en blijf doorleren

Scroll naar top