Jouw plek om kundig te worden in de Qur’ān.

Alhusayn logo voor de Quran islam Tajwid

Het herdenken van de nacht van half Shaban

Inhoudsopgave

Vraag


1. We zijn al heel lang gewend om de nacht van half Shaban te herdenken door met onze medemensen – oud en jong, vrouwen en kinderen – in de moskee te verzamelen voor het Maghrib-gebeden (zonsonderganggebed). Daarna reciteren we Surah Yaseen drie keer, doen smeekbeden uit de Quran en bidden tot Allah voor behoud van de islam en de moslims na elke recitatie. In het verleden deden we de smeekbeden, die gewoonlijk in de nacht van half Shaban gedaan werden, luid op in congregatie; we hebben deze echter sindsdien vervangen met smeekbeden uit de nobele Quran. Wat zegt de islam over het herdenken op deze manier van de nacht van half Shaban?

2. We herdenken verschillende religieuze gelegenheden, zoals Laylah al-Qadr, Laylah al-Isra` wa al-Mi’raj, de nobele geboorte van de Profeet ﷺ, enzovoort. Dit doen wij door een groep Shuyukh en geleerden bijeen te brengen om bij deze gelegenheden enkele religieuze lezingen te geven. Wat zegt de islam over deze manier van herdenken?

Antwoord

Het herdenken van de nacht van half Sha’ban

De nacht van half Shaban is een gezegende nacht. Er zijn talloze Ahadith die elkaar versterken en [dus] worden verheven tot de graad van acceptabel en sterk. Allen die de voortreffelijkheden van deze nacht bevestigen. Het herdenken van deze nacht is ongetwijfeld geoorloofd, ongeacht het feit dat deze Ahadith zwak zouden zijn.

Zo zijn er omtrent de nacht van half Sha’ban vele Ahadith overgeleverd. De moeder van de gelovigen ‘Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn) zei:

“Op een zekere nacht vond ik de Profeet niet in zijn bed, dus ging ik naar hem op zoek en vond hem op de begraafplaats van al-Baqi’ met zijn hoofd naar de hemel geheven. Hij zei: “O ‘A’isha! Was je bang dat Allah en Zijn Boodschapper je onjuist zouden behandelen?” Ik zei: ‘Nee, ik dacht dat u de nacht was gaan doorbrengen met een van uw [andere] vrouwen’ Hij zei: ‘Allah de Almachtige daalt af[2] naar de laagste hemel in de nacht van half Sha’ban en vergeeft meer mensen dan het aantal haren op de huiden van de schapen van Banu Kalb[1].” (al-Tirmidhi, Ibn Majah en Ahmed).

Mu’adh Ibn Jabal – moge Allah tevreden met hem zijn – heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ heeft vermeld:

“In de nacht van half Sha’ban Kijkt Allah naar Zijn schepping en vergeeft Hij ze allemaal behalve de polytheïst en de twistzieke (vijandige).” (al-Tabarani. Ibn Hibban verklaardt het als authentiek).

‘Ali Ibn Abu Talib (moge Allah tevreden zijn met hem) heeft overgeleverd dat de Profeet ﷺ heeft vermeld:

“Voer de nachtgebeden uit in de nacht van half Sha’ban en vast de dag ervan [d.w.z. de dag voorafgaand] want Allah daalt af[2] naar de laagste hemel bij zonsondergang van die nacht en zegt: “Is er niemand die om vergeving vraagt ​​zodat ik hem kan vergeven? Vraagt ​​er niemand om levensonderhoud zodat ik hem levensonderhoud kan geven? Is er niemand onder beproeving zodat ik hem ervan kan verlossen? Is er niet zo en zo…, is er niet zo en zo?’ En zo gaat het door tot het aanbreken van de dageraad.” (Ibn Majah)

Er is geen bezwaar om Surah Yaseen drie keer luid op te reciteren na de Maghreb-gebeden in de congregatie, omdat dit wordt beschouwd als onderdeel van de herdenking van deze nacht. Wat betreft het doen van Dhikr, staat de kwestie open; het is toegestaan ​​om bepaalde plekken en momenten aan te wijzen om regelmatig goede daden te verrichten, mits dit niet als verplicht wordt geacht en dus niet als een zonde wordt geacht wanneer je hierin verzaakt.

Abdullah Ibn ‘Umar (moge Allah tevreden met hen zijn) zei:

“Elke zaterdag ging de Profeet te voet of te paard naar de Quba`-moskee” (Bukhari en Muslim).

Al-Hafiz Ibn Hajar verklaarde in al-Fath:

“Ondanks het feit dat er verschillende reeksen van overleveringen zijn, bewijst deze hadith de toelaatbaarheid van het aanwijzen van specifieke dagen om regelmatig bepaalde goede daden te verrichten.”

Al-Hafiz Ibn Rajab zei in Lata`if al-Ma’arif:

“De geleerden van Sham verschilden van mening over de manier waarop deze nacht gevierd moest worden:

De eerste mening is dat het prijzenswaardig is om deze nacht te herdenken door samen te komen in moskeeën. Khaled Ibn Ma’dan, Luqman Ibn ‘Amer en anderen droegen hun mooiste kleding, gebruikten wierook en bedekten hun ogen met kohl om deze nacht in de moskee te herdenken; Ishaq Ibn Rahawiyah keurde dit goed. Over de herdenking van deze avond in bijeenkomsten in de moskee, zei hij: “Dit is geen innovatie.” Al-Karmani noemde deze mening op in zijn Masa`il.

De tweede mening is dat het een overtreding is om op deze avond samen te komen in moskeeën om [speciale] gebeden uit te voeren, inspirerende verhalen te vertellen en smeekbeden te doen. Het is geen overtreding om op deze avond individueel te bidden. Dit is de mening van al-Awza’i, de imam, jurist en geleerde van het volk van Sham.

Op basis hiervan is het toegestaan ​​om de nacht van half Sha’ban op de bovengenoemde manier te herdenken; het is geen innovatie en ook geen overtreding, zolang het niet als een verplichting wordt beschouwd. Wanneer het als verplicht wordt beschouwd in de zin dat het anderen verplicht om het in acht te nemen en degenen die niet deelnemen aan de herdenking ervan te beschuldigen van het begaan van een zonde, dan wordt het een innovatie omdat ze hen tot iets verplichten wat noch Allah noch Zijn Boodschapper ﷺ verplicht hebben gesteld. Dit is de reden waarom er onder de voorgangers enkelen waren die het als een overtreding zagen om deze avond samen te herdenken. Hiervanwege zal wanneer deze verplichting niet wordt opgelegd noch als zodanig wordt beschouwd, is er geen overtreding aan gekoppeld.

Het herdenken van de Mawlid en overige momenten als al-Isra’ en Mi’radj

Het is lovenswaardig om verschillende religieuze gelegenheden te herdenken, op voorwaarde dat ze niets onwettigs bevatten. Het gebod om mensen eraan te herinneren ‘de dagen van Allah’ in acht te nemen is genoemd in de Shari’ah:

… en hen te herinneren aan de dagen van Allah.” (14:5).

Dat het geoorloofd is, wordt ook begrepen uit de Sunnah. Er is zo bijvoorbeeld overgeleverd in de Sahih van Muslim dat de Profeet ﷺ elke maandag vastte. Hij zei:

“Ik ben op deze dag geboren.”

Evenzo is het vermeld in de Sahih van Muslim en de Sahih van Bukhari dat Ibn ‘Abbas (moge Allah tevreden met hen zijn) overleverde:

Toen de Boodschapper van Allah ﷺ naar Medinah kwam, trof hij de Joden aan het vasten op de dag van ‘Ashura. Dus vroeg hij: “‘Wat is [het belang van] deze dag dat je aan het vasten bent?’ Ze antwoordden: “Het is een dag van groot belang. Op deze dag bevrijdde Allah Moesa en zijn volk [van hun vijand] en verdronk Farao en zijn leger – dus Moesa vastte deze dag uit dankbaarheid jegens Allah. Daarom vasten wij [ook] op deze dag.’ De Boodschapper van Allah ﷺ zei toen: ‘We hebben meer recht op Musa dan jij.’ Dus de Boodschapper van Allah ﷺ vastte op deze dag en gebood [moslims] om het te vasten.”

Op basis hiervan is het geoorloofd om religieuze gelegenheden op de bovengenoemde manier te herdenken – het is geen overtreding of een innovatie. Dergelijke vieringen zijn veeleer ter ere van de riten van de Almachtige Allah:

“…zij die Allahs ritus eren, tonen de vroomheid van hun hart” (22:32).

Allah de meest Verhevene weet het het beste.


[1] Banu Kalb had meer schapen dan enige andere stam.

[2] In de islamitische leer zijn beschrijvingen omtrent Allah welke aanduiden op beweging of afhankelijkheid aan iets, in context van het begrip van de oud-Arabieren en dus niet letterlijk bedoeld. Allah is volgens de islam rein van het kennen van enig symptomen van de schepping, zoals translatie, beweging, het omhoog en omlaag gaan, het hebben van ledematen etc. Er zijn twee manieren die geleerden van de islam toepassen bij het begrijpen van zulke teksten. 1) Tafweed – Zulke beschrijvingen worden qua betekenis aan Allah overgelaten, doch wordt elke overeenkomst met een schepselachtige invulling of overeenkomst in absolute zin uitgesloten. 2) Ta’weel – Een andere toegestane opinie is dat zulke beschrijvingen worden herleid naar een betekenis conform de Quran en Sunnah, zoals in de strekking duidelijk merkbaar is dat het als aanduiding betreft van Zijn uiterste Barmhartigheid jegens de Ummah van de Profeet ﷺ. Voor meer over dit onderwerp lees het artikel:

Quran-instituut al-Husayn
Quran-instituut al-Husayn
De artikelen en bijdragen van al-Husayn staan onder toezicht van de schriftgeleerden en medewerkers die uitmaken van het team. Voor een volledige beschrijving van het team zie de pagina team. De theologische artikelen zijn afkomstig van de Dar al-Ifta van Al-Azhar of andere betrouwbare bronnen die eerst nagekeken zijn door het team en vervolgens geplaatst op de website.

Vond je het artikel interessant?

Ontvang de artikelen en Fatwa over de islam in je e-mail

Lees hier ons privacybeleid.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Help mee

Met je Zakah of Sadaqah help je ons zulke artikelen en lessen voor de islam te maken. Studenten leren hierdoor gratis mee.

Doneren voor de Quran omdat we ANBI zijn

Omdat al-Husayn door de belastingdienst ANBI is gekeurd, kun je een groot deel van je Zakah en Sadaqah terugkrijgen. Wanneer je dit doet met een overeenkomst kun je meer terugkrijgen.

…meld je aan en blijf op de hoogte van onze artikelen en boeken en blijf doorleren

Gerelateerde post

Het jaarlijkse ritueel de Mawlid is een innovatie Bidah cover