Jeruzalem tussen het jodendom en de islam

“Jeruzalem tussen het jodendom en de islam” is een publicatie van de Al-Azhar Islamic Research Academy (AIRA). Het boek toont vanuit historisch en religieus perspectief middels documentatie de valsheid aan wat betreft de claim dat Jeruzalem eigendom zou zijn van de Joden.

Het boek, uitgegeven in een serie wetenschappelijke artikelen, bespreekt de geschiedenis van Jeruzalem. Het weerlegt de claim dat Jeruzalem niet Arabisch zou zijn, door aan te tonen dat de oorspronkelijke bewoners en degenen die het hebben gebouwd, de Arabische Jebusieten waren van het vierde millennium voor Christus. Hiermee wordt het duidelijk dat Jeruzalem Arabisch is.

Met betrekking tot de bewering dat Jeruzalem een ​​recht is van de Joden volgens hun religie, zal de auteur aantonen dat deze claim valser en lasterlijker is dan de voorgaande claim. Dit kent als grondreden dat de profeet Mozes (vrede zij met hem) nooit naar Jeruzalem was gegaan, en de Thora niet op hem was neergedaald in Jeruzalem. De spirituele connectie met Jeruzalem waarover de Joden spreken en claimen ontbreekt vanuit historisch en religieus perspectief.

Het boek demonstreert ook de valsheid in de claim dat Jeruzalem een ​​recht is voor de Joden vanwege de heerschappij van David en Salomo (vrede zij met hen) over Jeruzalem. Vanuit de zienswijze van de Joden waren David en Salomo namelijk koningen en geen profeten noch boodschappers. De relaties met Jeruzalem kan hierom hooguit politiek zijn en niet religieus.

Het boek behandelt ook de positie die Jeruzalem en de Al-Aqsa-moskee kennen in de islam. Om te beginnen is het een feit dat de Al-Aqsa-moskee de eerste Qiblah was voor de moslims (de eerste richting waar moslims zich in het gebeden naartoe wenden) en hierom gelijk staat aan Mekka en Medina voor het bezoeken daarvan. De relatie tussen Jeruzalem en Mekka is hierom voor de moslim islamitisch en religieus van aard iets wat in de Quran is geopenbaard door God.

Verder zal de auteur vanuit historisch en islamitisch oogpunt demonstreren dat Jeruzalem voor de moslims beschouwd wordt als een heiligdom. Vanuit dit standpunt bood de islam veiligheid aan de vluchtende, was het verboden om daar te vechten en opende de islam de deuren voor de mensen van de drie religies. Het staat daarnaast vastgelegd in de geschiedenis dat sommige moslims tijdens de verovering de opdracht kregen om de joden te verbannen van Jeruzalem, maar de heersers dat weigerden zich baserende op de islamitisch richtlijnen. Dit staat in schril contrast met de andere religies; tijdens de kruistochten werd Jeruzalem gemonopoliseerd door christenen, zonder moslims en joden, en vandaag de dag verminderen de zionisten de Arabische, islamitische en christelijke aanwezigheid en judaïseren Jeruzalem steeds meer en meer.

Concluderend publiceert het boek een internationaal document, uitgegeven in december 1930 na Christus, waarin staat dat de Heilige Quds een islamitische erfgoed en eigendom is van de moslims. In deze context behoort Jeruzalem tot de rechten van moslims en Arabieren.

 

Al-Azhar Islamic Research Academy
#Al-Azhar #AlQuds #AIRA

Jeruzalem tussen het jodendom en de islam

het boek is verkrijgbaar via Amazon en via de officiële boekenhandel van Al-Azhar.

Verklaring van Sh al-Azhar Dr. Ahmad al-Tayyib

Sheikh al-Azhar Dr Ahmed al Tayyib:
 
“De wereld zwijgt schandelijk over het harteloze zionistische terrorisme en de schendingen die zijn begaan tegen de Al Aqsa-moskee en onze broeders in Palestina.
 
Palestina zal voor altijd standvastig blijven en de mensen zullen hun strijd voortzetten om hun land, eer en de Al Aqsa-moskee, de eerste Qibla en de derde heiligste plaats in de islam, te verdedigen. Ik salueer nederig deze onderdrukte mensen.
 
O Allah de Meest Barmhartige, schenk het onderdrukte volk van Palestina de overwinning en omhul hen met uw bescherming en zorg.”

Kan een afbeelding zijn van ‎1 persoon en ‎de tekst '‎فَلْسطين العالم في صمت مُخر تجاه الإرهاب الصهيوني الغاشم وانتهاكاته المخزية حق المسجد الأقصى وإخواننا ومقدساتنا في فلسطين .العروبة ستبقى فلسطين أبيّة على الطغاة مهما طال ،الزمن وسيظل شعبها مرابطا على أرضه وعرضه ،ومقدساته مدافغا عن الأقصى المبارك أولى القبلتين وثالث ،الحرمين فتحية إجلال وإكبار لهذا الشعب ،المظلوم اللهم أيدهم ،بنصرك واحفظهم بحفظك ،ورعايتك وكن عونا وأمنا ،وسلامًا حم ياأرحم الراحمين أُحمد الطيب شيخ الأزهر الشريف f000 OfficialAzharEg‎'‎‎

De fundamenten tot spirituele groei

blank
blank

Sidi Abdelmalik Simon
Hamme, België

(Het artikel is een samenvatting van het fameuze ‘Aqīdahwerk Sharh al-Kharīdah geschreven door shaykh Aḥmad al-Dardīr al-Mālikī al-Azharī rh.)

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. Alle lof zij Allah, de Heer van alle werelden. Moge de vrede en zegeningen zijn met de Profeet Muḥammad, zijn familie en volgelingen. O Allah, de Heer van de engelen, Schepper van de hemelen en de aarde, Kenner van het verborgene en het waarneembare, Hij die oordeelt tussen Zijn dienaren, over dat waaromtrent mensen van mening verschillen, leid mij met Uw toestemming naar de waarheid. U leidt wie U wil tot het rechte pad.

Introductie tot spirituele groei tot Allah

In deze samenvatting treft de lezer tien fundamenten van het spirituele pad aan dat leidt tot de nabijheid van Allah. Deze fundamenten komen uit het hoofdstuk zielszuivering (qism attaṣawwuf) dat deel uitmaakt van de uitleg van het gedicht al-Kharīdah al-Bahiyyah geschreven door de edele shaykh Aḥmad al-Dardīr al-Mālikī al-Azharī rh. (1201 H.).

Het is noodzakelijk voor degene die het spirituele pad wenst te bewandelen om deze fundamenten in praktijk te brengen. Verder raad ik de lezer, die de Arabische taal machtig is, aan om het volledige hoofdstuk uit dit gezegend werk aandachtig door te nemen. Dit advies ontving ik tevens van shaykh Mohamed Yaseen Khan Al-Azhari toen ik hem vroeg naar een alomvattend werk met betrekking tot deze wetenschap.

Moge Allah dit werk zegenen en van nut laten zijn voor de gemeenschap van het zegel der profeten: Muḥammad. Amīn

Abdelmalik Simon

De fundamenten van het spirituele pad dat leidt tot de nabijheid van Allah zijn:

1

Attawbah: Dit houdt in dat men terugkeert tot Allah en berouw heeft over iedere begane zonde, ook als deze wordt beschouwd als een kleine zonde. Het tonen van berouw bestaat uit drie pijlers.

1) De eerste is spijt hebben van ongehoorzaamheid tegenover Allah.

2) De tweede is zich inzetten en voornemen om deze zonde niet meer te verrichten.

3) De derde pijler is dat men het begaan van deze zonde meteen laat.

Een bijkomend aspect is dat men onrechtmatig verkregen zaken teruggeeft en onrechtvaardig gedrag rechtzet door vergiffenis te vragen aan de betrokken partij. Indien dit niet mogelijk is kan men vergiffenis vragen voor de persoon aan wie onrecht werd aangedaan en liefdadigheid in diens naam schenken. Wanneer Allah oprechtheid bij de dienaar ziet zal Hij de tegenpartij tevreden stellen.

Het is verplicht om het berouw niet uit te stellen aangezien dit een zonde op zich is. Een voorgaande spijtbetuiging is niet ongeldig wanneer men hervalt in de zonde, ook al gebeurt dit meerdere keren in een dag. De persoon in kwestie dient dan zijn/haar berouw te hernieuwen. Het berouw van een bekeerling tot de islam over zonden die hij/zij verrichtte voor diens toetreding tot de religie wordt altijd geaccepteerd door Allah. De vriend van Allah (al-walī) is iemand die als hij een zonde begaat na iedere misstap berouw toont. Allah, de Verhevene, zegt:

“Allah houdt zeker van hen die veelvuldig berouw tonen.”[1]

Dit beslaat degenen die steeds berouwvol terugkeren tot Allah na het begaan van een zonde. Wanneer Allah een persoon liefheeft zal Hij hem/haar steeds dichter tot Hem brengen. De satan hekelt dan ook de hernieuwing van het berouw van de gelovige enorm. Het wanhopen op de Genade van Allah behoort tot de grote zonden, of kan volgens enkelen ongeloof zijn. Allah, de Verhevene, zegt hierover: “

Voorwaar, niemand wanhoopt op de Genade van Allah, behalve het ongelovige volk.”[2]

[1] Qur’ān, 2:222

[2] Qur’ān, 12:87

2

Shukr al-Mun°im: De Begunstiger danken. Het uiten van dankbaarheid tegenover Allah betekent dat de dienaar alle gunsten waarmee hij/zij werd begunstigd zoals het verstand, gehoor, zicht, de tong etc. op een correcte wijze benut. Deze dankbaarheid dient aanwezig te zijn in het hart, zichtbaar te zijn in handelingen die conform de pijlers zijn en tot uitdrukking worden gebracht met de tong. De aanwezigheid in het hart houdt in dat de dienaar correct gelooft en beseft dat iedere gunst afkomstig is van Allah. Het uitdrukken van dankbaarheid met de tong gebeurt bijvoorbeeld door het zeggen van:

lā ilāha illa hu
“er is geen God dan Hij, Allah”

en door andere (adhkār) gedenkingen. Handelen naargelang de pijlers wil zeggen dat een persoon de verplichte en aanbevolen bevelen uitvoert. Eén van de gunsten waarvoor men zeker verplicht dankbaar moet zijn is dat Allah de dienaar liet welslagen zodat hij/zij berouw kon tonen en dankbaar is. Zaken waar de dienaar dankbaar voor moet zijn, zijn ontelbaar. De Profeet, vrede zij met hem, zei namelijk:

“Ik ben niet in staat om U te lofprijzen op de wijze zoals u Uzelf prijst.”[1]

Dankbaar zijn op deze wijze is enorm eervol omdat dit in overeenstemming is met de weg van degenen die waarachtig zijn. Allah, de Verhevene, zegt:

“Weinigen van Mijn dienaren zijn veelvuldig dankbaar.”[2]

[1] Muslim, overgeleverd door de moeder der gelovigen, °Ā’ishah, moge Allah tevreden zijn met haar.

[2] Qur’ān, 34:13

 

3

Asṣabr °alal balā’: Geduldig zijn tijdens beproevingen. Hierbij is het noodzakelijk dat men zichzelf in bedwang houdt tijdens tegenslagen die niet overeenstemmen met zijn/haar wensen. Dit doet men door tevreden te zijn zonder ontsteltenis met de voorbeschikking van Allah, de Bezitter, Degene die kiest. Tot de tegenslagen behoren bijvoorbeeld ziekten, armoede, verlies van bezit en kinderen, toegebrachte schade etc. De gelovige dient ook geduldig te zijn in het opvolgen van de islamitische regelgevingen zoals het gebed, het vasten en andere vormen van aanbidding aangezien Allah houdt van de geduldige dienaar. Allah, de Verhevene, zegt: 

“En geef blijde tijdingen aan hen die geduldig zijn.”[1] 

en 

“Slechts degenen die geduldig zijn zullen beloond worden met een onbeperkte beloning.”[2] 

Geduld is een kenmerk van de standvastigen en zij met een sterke wilskracht. Het is vereist bij alles wat er gebeurt omdat dit enkel plaatsvindt volgens de voorbeschikking van Allah, waar men niet aan ontkomen kan.

[1] Qur’ān, 2:155

[2] Qur’ān, 39:10

 

4

Arriḍā: Dit fundament houdt in dat de gelovige de voorkeur geeft aan het tevredenstellen van zijn Heer boven het tevredenstellen van zijn ego. Dit doet men door zich te onderwerpen aan de vastgestelde regelgevingen (geboden en verboden) en door zich over te geven aan dat wat reeds is voorbestemd zonder (te proberen om) zich hiervan af te wenden of zich hier tegen te verzetten.[1]

[1] Een persoon is volgens de geloofsleer van Ahl al-Sunnah verantwoordelijk voor zijn/haar daden. Iemand die een vrije wil heeft en in staat is om handelingen te verrichten of na te laten, zal daarvoor rekenschap moeten afleggen. Ook al zijn deze handelingen bekend bij Allah en werden deze volgens Zijn Alkennis reeds voorgeschreven, is dit niet in tegenstrijd met de vrije wil van de mens.

5

Ittibā° shaykhin °ārif: Het volgen van een shaykh, murshid (een gids) die de weg tot Allah waarlijk kent. Deze shaykh bewandelt de weg van de mensen waar Allah van houdt en volgt zelf ook een gids met een ononderbroken keten tot aan de Boodschapper van Allah, vrede en zegeningen zij met hem. Degene die geen shaykh vergezelt, die hem leidt op de (spirituele) weg naar Allah en voordeel haalt uit zijn kennis en aanbidding, kan makkelijk blootgesteld worden aan de misleidingen van de satan.

Voorwaarden waaraan een shaykh, murshid moet voldoen zijn:

  1. Hij dient de geloofsleer van Ahl al-Sunnah aan te hangen. Iemand die zelf het spoor bijster is kan een ander nimmer tot God leiden.
  2. Hij moet op zijn minst een traditionele geleerde zijn in de zin dat hij de wetten kan opzoeken, om zo die zaken te belichten die Allah tevreden stellen. Een shaykh zal daarom nooit iets verkondigen of adviseren dat tegen de wet indruist.
  3. Hij mag geen publiekelijke zonden verrichten, omdat iemand die openlijk zonden begaat niet nagevolgd mag worden.
  4. Hij dient een niet onderbroken spirituele keten (silsilah) te hebben tot aan de geliefde Profeet, vrede zij met hem.

Een shaykh die een volgeling tot Allah begeleidt dient de weg van zijn voorgangers in de tariqah te bewandelen, hen daarin na te volgen, zijn ego te bestrijden tot het overwonnen wordt, niet zelfzuchtig te zijn en dus geen misbruik te maken van zijn positie en kennis. Als een shaykh niet voldoet aan deze voorwaarden, is het vereist zo iemand te vermijden.

Een shaykh die het waardig is om gevolgd te worden kan men onder andere herkennen aan de volgende eigenschappen: vrijgevigheid, goed gedrag, genadevol zijn met de schepping, ascetisme, nederigheid en onthouding van geklaag.[1]

[1] Het hebben van een shaykh is niet verplicht maar gewenst, mits hij voldoet aan de voorwaarden. De tevredenheid van Allah vindt men uitsluitend door de weg van de nobele Profeet, vrede zij met hem, te volgen via het naleven van de sharī°ah en het aanhangen van het credo van Ahl al-Sunnah. Een murshid fungeert hierin als een gids die een volgeling begeleidt. Er waren echter grote vrome geleerden die geen murshid hadden maar wel de uiterste nabijheid met de geliefde Profeet, vrede zij met hem.

6

Aljū° ikhtiyāran: Honger hebben door bewust minder te eten. Deze staat bereikt men door te beginnen met veelvuldig te vasten omdat men hierdoor het volgen van de lusten beter in bedwang kan houden. Daden zijn namelijk een resultaat van voeding. Het eten van verboden (ḥarām) voedsel leidt tot het verrichten van verdorven en verboden daden en het eten van toegestaan (ḥalāl) voedsel tot deugdzame handelingen. Wanneer men twijfelachtig (mutashābih) voedsel consumeert zorgt dit voor onstandvastige daden die niet gevrijwaard zijn van praalvertoon, zelfverwaandheid en slechte gedachten.

7

Al °uzlah °an annās qāṭibatan: Afzondering van de mensen uitgezonderd de shaykh en opvoeder, vromen die aansporen tot gehoorzaamheid en de noodzakelijke omgang zoals op het werk etc. Zich begeven onder de mensen is nadelig voor de zuivering van het hart aangezien de meeste bijeenkomsten niet behoed zijn tegen roddels en laster.[1]

[1] Geleerden moeten zich wel begeven onder de mensen om hen te onderwijzen en anderen aan te sporen tot het juiste.

 

8

Asṣamt illā °an dhikr Allah ta°ālā: Stilzwijgendheid behalve bij het gedenken van Allah, de Verhevene. Spreken zorgt voor verdeeldheid onder de mensen (en andere nadelen) terwijl eenheid vereist is. Dit punt en de voorgaande twee (minder eten, afzondering en stilzwijgendheid) zijn nodig bij het verwijderen van onreinheden in het hart die de band met Allah belemmeren. Hiervoor moet men zich hard inzetten. Allah, de Verhevene, zegt:

“Degenen die streven omwille van Ons, zullen Wij zeker naar Onze wegen leiden.”[1]

Dit streven gebeurt door het ego steeds tegen te werken in het volgen van de slechte begeertes en dient gekoppeld te zijn aan vrees voor de Majestueusiteit en Grootsheid van Allah. De dienaar hoort een zodanige band met Allah te creëren dat hij Allah verkiest boven alles en Hem liefheeft boven alles. Allah, de Verhevene, zegt:

“Wat betreft degene die vreesde om tegenover zijn Heer te staan (voor de Berechting) en het ego verbood om de begeertes te volgen. De Tuin, (het paradijs) is dan zeker de woonplaats.” [2]

[1] Qur’ān, 29:69

[2] Qur’ān, 79:40-41

9

Assahr: Opblijven tijdens de nacht (voor aanbidding). De bewandelaar van het spirituele pad zou zich moeten inzetten om het laatste derde deel van de nacht in aanbidding door te brengen. De nachtelijke vrijwillige gebeden, het vragen om vergeving, het gedenken van Allah etc. maken deel uit van deze aanbidding. Allah, de Verhevene, prijst degenen die dit moment benutten met de woorden:

“Zij sliepen weinig tijdens de nacht. En in het laatste deel van de nacht vroegen zij om vergeving.”[1]

Het gedenken van Allah op dit tijdstip heeft een sterker effect dan op andere momenten.

[1] Qur’ān, 51:17-18

 

10

Attafakkur fī badī°i ṣun°i Allah: Het nadenken over de schepping van Allah. Het aanschouwen van de schepping geeft een beter begrip van de diepgaande wijsheden van Allah. Hierdoor neemt de gelovige toe in kennis en liefde. Dit realiseert men door staand, zittend en liggend te overpeinzen en te gedenken op een aanhoudende wijze. Het gedenken van Allah is een van de belangrijkste pijlers van het spirituele pad. Hierdoor wordt het hart gezuiverd van alles buiten Allah en ontstaat er een figuurlijk stralend licht waardoor men zich onthoudt van het wereldse. In de Qur’ān wordt het belang van gedenking meermaals vermeld. Enkele verzen met betrekking tot dit onderwerp zijn:

“Gedenk Mij en Ik gedenk jullie.”,[1]
“Degenen die Allah staand, zittend en op hun zij liggend gedenken en nadenken over de schepping van de hemelen en aarde.”[2], en
“Gedenk Allah veelvuldig hopelijk zullen jullie welsagen.”[3]

[1] Qur’ān, 2:152

[2] Qur’ān, 3:191

[3] Qur’ān, 8:45

Moge Allah Shaykh Aḥmad al-Dardīr het paradijs schenken voor de nuttige werken die hij achterliet.

Ook de grote geleerde van de Ahl al-Sunnah Imam al-Ghazzalī rh. heeft een aantal adviezen achtergelaten om je spiritueel te ontwikkelen en je band met Allah te versterken.

Lees het verder >>>
Meehelpen met de werken? >>>

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Vasten in de Ramadan een spirituele geboorte

blank
blank

De vasten in de maand Ramadan is de vierde pijler in de islam. Hierbij is het vereist dat de gelovige van dageraad (voor zonsopkomst [Fajr]) tot zonsondergang niet eet, drinkt of seksuele activiteiten onderneemt. Het is ook belangrijk dat het hart volledig betrokken is bij deze aanbidding door de oprechte intentie te hebben om je ziel te zuiveren en je spirituele staat bij Allah te verheffen door af te zien van het regelmatig aandacht schenken aan de behoeftes/lusten van het lichaam.

Vele geleerden hebben zich gericht op methodes om het hart te zuiveren tijdens de Ramadan. Onder hen was de grootgeleerde Imam Abu Hamid al-Ghazzali die een blauwdruk voor de gelovige schetste om het meeste uit de Ramadan te halen om zo tot je volledige potentieel te bereiken, je ziel en je hart te zuiveren door het aan Allah te hechten en zichzelf te bevrijden van de ketenen van lichamelijke en aardse grenzen.

Zo beschrijft de nobele Imam van de Ahl al-Sunnah een aantal graden van de vasten. Afhankelijk van de manier dat iemand vast, is zijn positie en spirituele staat anders dan van anderen.

Hujjah al-islam 𝗜𝗺𝗮𝗺 𝗮𝗹-Ghazzalī rh. (504 H.) beschrijft de drie graden van vasten als volgt:

1- Het vasten van de gewone persoon: het bestaat uit het onthouden van eten en drinken en seksuele bevrediging.
2- Het vasten van de uitverkorenen: Het bestaat uit het beschermen tegen de zonde van de oren, ogen, tong, handen, voeten en alle andere organen.
3- Het vasten van de elite: welke bestaat uit de onthouding van het hart van wereldse gedachten en zorgen of van kwesties met iets anders dan de Almachtige Allah.

Met betrekking tot het ultieme vasten heeft Imam al-Ghazzali zes adviezen gegeven om het beste uit je Ramadan te halen door je spiritueel te doen zuiveren en gereed te maken voor de gunsten van de Ramadan.

Imam al-Ghazzalī besteedde extra aandacht aan het polijsten van het hart, om het zo klaar te maken voor de bewustwording van Allah. Om deze reden somde hij enkele noodzakelijke elementen om het hart te beschermen tegen de menselijke begeertes die volgen middels de zintuigen.

 

1

Het eerste element dat hij aanhaalde, is het neerslaan van de blik en het weerhouden van het kijken naar wat wordt verafschuwd en afgekeurd door de islamitische wetgeving. Hieronder schaart hij ook dat wat zou leiden tot afleiding van het hart, namelijk weg van de herinnering aan Allah. [Denk hierbij aan de Tv, het bekijken van drama, serie, Netflix, internet, social media facebook, instagram, tik tok, oneindige online games, onzinnig surfgedrag, maar ook op straat daar waar deze elementen te vinden zijn.]

2

Het tweede element is de tong beschermen tegen onzinnigheid, liegen, roddelen, lasteren, obsceniteit, brutaliteit en vijandigheid. Het hart dient in plaats daarvan bezig zijn met de herdenking van Allah en het reciteren van de Koran.

3

Het derde element is voorkomen van dat de oren iets horen wat wordt verafschuwd, omdat alles wat verboden is om te zeggen, verboden is om te worden gehoord. [Vermijd daarom slechte companen als zij zich niet verbeteren, maar sterker nog probeer hen hiervan op de hoogte te stellen.]

4

Het vierde element is het weerhouden dat de ledematen onwettige handelingen begaat, dit houdt ook in dat er geen onwettig voedsel naar de maag gaat. [Vermijd daarom Haram of onzekere voedsel. Wees bewust van wat je eet!]

5

Het vijfde element is terughoudend zijn in het vullen van de maag met Halal voedsel wanneer iemand zijn vasten verbreekt. De reden achter de vasten is om de wellustige driften van de Nafs te doorbreken, die toenemen door ongeremd te eten.

6

Het laatste element is wanneer de moslim zijn vasten verbreekt; zijn hart in een staat moet zijn van hoop op acceptatie van zijn vasten als ook op angst om afgewezen te worden.

De Imam al-Ghazzalī legt verder uit dat het doel van het vasten ook is om hoogstaand moraal te ontwikkelen. Ook heeft het vasten als methode de voorkeur, omdat het een soort aanbidding is welke gemakkelijk in het geheim gedaan kan worden zonder het medeweten van iemand behalve dan Allah. [1]

Vasten is ook bedoeld om de toestand van de Engelen te imiteren door zichzelf ervan te weerhouden om over te geven aan lusten, aangezien de mens in een graad boven dieren is gepositioneerd vanwege zijn intellectuele capaciteit die hem in staat stelt om zijn lusten te beheersen en in een mate onder de engelen die van nature geen intrinsieke lusten hebben. Hoe hoger het niveau dat de moslim bereikt, hoe groter zijn kansen om dichter bij het toestand van de engelen te komen; een status die hem dichter bij Allah brengt. [3]

De geleerden lichten verder toe hoe de vasten en honger, het hart zuiveren en de lusten van het lagere zelf in bedwang houden. Zo zei sh. Dhu al-Nun al-Misry in dit verband dat wanneer hij volop at of dronk totdat hij zijn dorst had gelest, hij dit achtte alsof hij een zonde had begaan of op het punt stond dat te doen.

Sayyidah Aysha, moge Allah tevreden zijn met haar, de vrouw van de Profeet , vermeldde:

“Blijf kloppen aan de deuren van de hemel en het zal voor je opengaan.”

Er werd haar gevraagd hoe iemand moest kloppen waarop ze antwoordde:

“Met honger en dorst.”

Deze uitspraken zijn terug te vinden in de profetische tradities, zoals dat talrijk werd overgeleverd door Sayyidah Aysha dat de Profeet  drie dagen achter elkaar zijn maag nooit vol had van tarwebrood. Ook zei ze dat er soms meer dan anderhalve maand voorbij zou gaan zonder dat er vuur in het huis van de Profeet  werd aangestoken (om eten te bereiden). Het enige dat ze hadden waren dadels en water. [4]

Sh. Abd al-Qāder al-Jilānī maakte het verschil duidelijk tussen het religieuze en het spirituele vasten met: dat het religieuze vasten beperkt is door de tijd, terwijl het spirituele blijft bestaan door iemands tijdelijke en eeuwige leven. De hoogste vorm van vasten is het vasten van de waarheid, namelijk het hart ervan weerhouden iets te aanbidden behalve Allah. Voor een oprechte moslim is er niets meer geliefd dat iemand kan wensen of nastreven dan het verkrijgen van Allahs liefde. Het is hierom dat als de liefde van elk iets anders dan Allah het hart bereikt, al is het ter grootte van een atoom, de vasten van de waarheid is verbroken en dient de geloften van liefde te worden hernieuwd. [5]

 ــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــ

[1] Abū Ḥafs al-Suhrawardī.‘Awaref al Ma‘āref. 1e druk (Beiroet: Dar al Kitab al- ‘Arabī, 1966) 327

[2], Abū Ḥamidal-Ghazālī. Iḥyāʾ ‘ulūm al-dīn. Vol.1 (Caïro: Al Maktabah Al Tawfiqiya, ND) 359

[3] Abū Ḥafs al-Suhrawardī.‘Awaref al Ma‘āref. 1e druk (Beiroet: Dar al Kitab al- ‘Arabī, 1966) 328

[4] Abdel Karīm al-Jīlī. Al-Insān al Kāmel. (Caïro: al- Matba’ah al- ‘Amerah al Sharqiyah, 1882) 82-83

Dit artikel is eerder verschenen via Al-Azhar Egypte. 

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

40 intenties voor het zoeken naar kennis

blank

Het pad tot de islamitische kennis is het pad van de vromen, het pad tot herkenning, het pad van eer en glorie en ook een pad tot het paradijs. Voorzeker is kennis een der grootste gunsten die Allah een dienaar kan schenken. Het is middels kennis dat een persoon verhevenheid verkrijgt mits het correct wordt gebruikt. Het zijn de mensen van kennis die erfgenamen zijn van de nobele Profeet (vrede zij met hem). Grote imams als Abu Hanifah, Malik, Shafi’i en Hanbali die uitblonken in kennis, allen die middels kennis en begrip van de Deen de nobele Profeet vertegenwoordigen. Allah schonk deze imams niet alleen kennis en het nodige begrip van de Deen, maar voorzag hun van de gunst om met kennis de godsdienst te dienen. Zij werden anders gezegd gezegend in hun kennis.

Er zijn ook anderen geweest door de geschiedenis met enorm veel kennis, maar de gunst niet verkregen om er goed mee te doen. Zij verkregen deze gunst niet omdat hun intenties bij het opdoen van kennis incorrect was.

Over het belang van het nemen van een correcte intentie vermeldt de Profeet vrede en zegeningen subliem: “De daden worden beoordeeld op basis van de intenties…”

De grootgeleerde Naqī ʿAlī Khān schreef een beeldschoon werk over de verhevenheid kennis en de geleerden. In hetzelfde boek adviseert hij studenten op het belang van het nemen van goede intenties bij het opdoen van kennis. Een excerpt hiervan wordt u gepresenteert door br. Harun Verstaen in de Nederlandse taal: 40 intenties voor het zoeken naar kennis.

Op het werk rust er geen copyright. Het is een ieder toegestaan het te gebruiken, te kopieren, en over te nemen. 

Titel: 40 intenties voor het zoeken naar kennis – Shaykh Naqī ʿAlī Khān
Vertaler: Harun Verstaen
Pagina’s: 2

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Auteur van Tuhfah al-Atfal en de Sharh

blank

Sulaymān  al-Djamzūriyy (auteur Tuhfah al-Atfāl)

Zijn naam is Sulaymān b. Husayn b. Muhammad b. Shalabiyy al-Djamzūriyy, ook wel bekend als al-Afandiyy. Hij behoort tot de grote, zeer gerespecteerde en geëerde Qirā-ah specialisten van zijn tijd. Hij behoorde tot de Shāfiᶜiyy wetschool. Hij werd geboren in de maand Rabīᶜ al-Awwal in 1160 H te Tandatā, wat nu bekend staat als Tantā.

Zijn kennisvergaring in de recitatiewetenschap

Hij ondernam een reis naar de universiteit al-Ahmadiyy en ging in de leer bij de grootgeleerde en de imam der Qurraāʹ van zijn tijd, de steunpilaar voor de recitanten, namelijk: ᶜAliyy b. ᶜUmar b. Ahmad b. ᶜUmar b. Nādjiyy, de grote al-Mīhiyy al-Ahmadiyy[1] al-Shāfiᶜiyy (gest. 1204 H.). Hij deed bij hem de kundigheid en expertise in de Qirā-ah-recitatiestijlen op en de finesses van Tajwīd.

Zijn werken in de recitatiewetenschap

Van de nobele sheikh zijn vele vruchten tot stand gekomen. In de recitatiewetenschap zijn de volgende werken heel bekend:

Fath al-Aqfāl Sharh Tuhfah al-Atfāl, Nazm Kanz al-Maᶜāniē bi Tah-rīr Hirz al-Amāniyy en de uitleg daarop: al-Fath al-Rahmāniyy  Sharh Kanz al-Amāniyy. Ook het gedicht in de Riwāyah van al-imam Warsh en Djāmiᶜ al-Masarrah fī Sjāwāhid al-Shātibiyyah.

Zijn overlijden

Het is niet exact bekend wanneer de nobele sheikh is komen te overlijden. Van wat er bekend is en begrepen wordt, is dat hij nog levend was in het jaar 1208 H, omdat dit het jaar is waarin hij het werk al-Fath al-Rahmāniyy afrondde.

Sh. al-Dabbāᶜ (uitlegger)

Zijn specialisme

Het gedicht Tuhfah al-Atfāl werd uitgelegd door een vooraanstaande leider der geleerden in de recitatiewetenschap, heer en meester in Tajwīd en Qirā-ah, in orthografie van de Qurʹān en in de Ayāt-wetenschap. Hij was daarnaast belast met de controle van de Qurʹānische manuscripten die gedrukt werden. Zijn naam is ᶜAliyy b. Muhammad b. Hasan b. Ibrāhīm ook wel bekend als al-Dabbāᶜ. Hij verkreeg de uitzonderlijke positie van hoofdonderwijzer in de recitatiewetenschap en Qirā-ah, en was de imam, boven de overige uitzonderlijke grootgeleerden en specialisten van zijn tijd, van heel Egypte.

Zijn karakter

Hij was een zeer godvrezende man, buitengewoon intelligent, had veel gezag, was zeer gefatsoeneerd, zeer toegewijd, continue bezig met aanbidding, zeer nederig, zeer coulant naar de medemens, vergevensgezind, zeer vrijgevig en altijd bezig met de recitatie van de Qurʹān.

Kennisvergaring en zijn docenten

Hij deed zijn specialisatie in de recitatiekunde op bij talloze Shuyūkh[2]. Deze Shuyūkh waren zeer vroom en grote specialisten op hun vakgebied, mensen die ongeëvenaard waren in hun kwaliteiten om de Qirā-āt te waarborgen. Onder hen behoren de grootgeleerden, de specialisten, sh. Hasan al-Koetbiyy en sh. ᶜAbd al-Rahmān al-Khateeb al-Shaᶜᶜār, bij wie hij dit specialisme ontwikkelde.

Zijn meest bekende student

Tot de zeer bekende vakrecitanten van Egypte die van sheikh al-Dabbāᶜ kennis hebben verworven behoren: de grootgeleerde, de Muqriʹ sh. Ahmad ᶜAbd al-ᶜAzeez Ahmad Muhammad al-Zayyāt al-Misriyy al-Dareer. Buiten Egypte was de grootgeleerde, de specialist sh. ᶜAbd al-ᶜAzeez b. sh. Muhammad ᶜAliyy ᶜUyūn al-Sūd zijn student die de hoofdspecialist en hoofdmoefti van Hims te Syrië was (heengegaan in het jaar 1399 H.).

Zijn overlijden

De nobele sheikh verliet deze wereld omstreeks 1367 Hidjriyy. Hij had zijn leven volledig toegewijd aan het dienen van de Qurʹan en diens bewakers.

Moge Allāh sh. Sulaymān en sh. Dabbāᶜ zegenen met het beste in beide werelden. Moge Allāh hen laten herrijzen als dragers van de Qurʹan en als dienaren van de nobele Profeet Vrede zij met hen.

werken

[1] Niet te verwarren met de ongelovige groepering Ahmadiyyah van Mirza Ghulam al-Qādiyāniyy. Hij waande zichzelf een profeet.

[2] Hiermee wordt niet de graad van sheikh in geleerdheid van vandaag bedoeld, maar de uiterste graad van excellentie.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

 

Het boek is naar het Nederlands vertaald en nu te koop:

Korte biografie van de Profeet Muhammad

blank

De Profeet Muhammad ﷺ, één der meest besproken personen van dit moment. Wie was hij? Wie waren zijn verwanten? Hoe was hij van karakter? Hoe zag hij eruit? Wat waren zijn wonderen?

In dit artikel wordt u een extract gepresenteerd van het leven van de geliefde Profeet Muhammad. Het bevat daarnaast vele links naar andere belangrijke en zeer nuttige werken. Het is een samenvatting van een bekend biografiewerk geschreven door de grootgeleerde Sh. Abdul-Ghaniyy al-Maqdisiyy. Datzelfde werk is ook vertaald naar het Nederlands en gratis verkrijgbaar via de uitgeverij van Quran-instituut al-Husayn.
Dit beeldschone artikel werd samengevat door Harun Verstaen.

Klik op de link om het artikel te downloaden en te lezen.
Titel: Korte biografie van de Profeet Muhammad

Auteur: Harun Verstaen
Pagina’s: 25

Klik op de afbeelding om het direct te lezen.

blank

Thuis printen in A5 formaat

De samenvatting is speciaal gemaakt zodat je thuis een boekje op A5 formaat kunt afdrukken. Hoe dit moet met Adobe Acrobat wordt hieronder uitgelegd; Open het document in Adobe Acrobat; ga naar afdrukken Kies Booklet (boekje) vergeet niet om dubbelzijdig afdrukken te kiezen. Print het uit en doe een nietje in het midden. Voor meer uitleg hoe een boekje te maken klik op de volgende link.

Seerah van de Profeet Muhammad in boekvorm

Wil je meer lezen over het leven van onze geliefde Profeet Muhammad , lees dan het boek van Sh. Abdul-Ghaniyy al-Maqdisiyy: Seerah van de Profeet Muhammad  ﷺ. Het is volledig gratis!

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email
blank

Je ontvangt het direct in je mail !


    Je gegevens zijn veilig en je kunt je te allen tijde afmelden.

    Je ontvangt het direct in je mail !


      Heb even geduld het kan een tel duren.
      Je gegevens zijn veilig en je kunt je te allen tijde afmelden.